dinsdag 24 april 2012

Hoog en droog in Mpumalanga, nattigheid in Mozambique

Februari 1999

Mooi, ruim, groen, gezond, schoon land, Zuid Afrika. We waren op zondag 14 februari 1999 vanuit onze woonplaats Beira in Mozambique via Zimbabwe Noord Transvaal binnengereden.Volgens mijn kaart tenminste, maar Mandela heeft het omgedoopt in "Noordelike Provinsie". En Oost Transvaal heet nu "Mpumalanga".
Boerenland, Hollandse namen en ze praten allemaal Afrikaans daar, inclusief de zwarten. Als je het leest is het makkelijk te volgen, maar verstaan is moeilijker en ze verstaan mijn Nederlands ook niet. Daarom toch maar meestal Engels gesproken. De oorspronkelijk Nederlandse woorden hebben vaak  een wat andere betekenis gekregen :  "paaie" zijn "wegen" en "rat" is versnelling. "Vinnig" is snel en "stadig" is langzaam. "Vir die vinnige doodmaak" stond er op een insektenspuitbus. Geen poespas, geen u maar jy, geen voor- en achtervoegsels en verbuigingen en de "g" en "v" in bv hoger en over zijn verdwenen. Hoër en oër dus en een vogel is een voël. Ons varken heeft zijn 'en' verloren en heet hier vark. Het klinkt allemaal  wat zwaar en stijf, geen mooie taal om naar te luisteren, maar het past goed bij ze.

Ze zien er uit zoals ze praten: stevige jongens en meisjes, flink uit de kluiten gewassen en gemiddeld wel een kilootje of twintig, dertig, veertig te zwaar. De braai is populair daar. Met een krat bier erbij.
Maar wel vriendelijk en gastvrij. En goeie boeren zijn het ook, overal prachtig fruit, groenten, kaas, vlees en alles voor een prikje.
En ze wonen allemaal (de blanken uiteraard) in mooie huizen met grote tuinen en zwembaden in mooie park-achtige wijken. Het enige probleem is de criminaliteit. Daarom heb ik even nog maar geen huis gekocht. Voor ƒ100.000 heb je een kasteel met een paar hectare grond, maar ik wacht nog maar even met kopen hoe het zich hier ontwikkelt.
De eerste week hebben we in de bergen gezeten en alle folder-attracties bezocht, de canyons, watervallen, spectaculaire uitzichten, oude goudzoekersstadjes en zo. Ik zou daar graag eens met een rugzak en tent rondhiken, maar met een baby is het voorlopig nog even autorijden en overnachten in hotels met warme badjes.






Mooie stadjes met leuke restaurants, hotels, lodges, inns, cottages, guesthouses, winkels. Veel Europese toeristen overal. Als je niet af en toe een palm zag staan zou je je ook in de Vogezen kunnen wanen, maar met veel meer ruimte en veel schonere lucht en water. Geen zure regen, de dennebossen staan er fris en gezond bij.
 
Vrijdag - zaterdag hebben we gewinkeld in Nelspruit en behalve kleren en speelgoed eindelijk het diamantje gekocht dat ik R al sinds C's geboorte beloofd had, een mooi hangertje aan een gouden kettinkje en omdat ze er zo lang op heeft moeten wachten, maar meer nog omdat de prijs erg meeviel, maar meteen twee diamanten oorknopjes erbij.
 
Maandag zijn we het Krugerpark ingetrokken en dat was voor mij het hoogtepunt van de reis. We hebben niet eens veel wild gezien (het gras was te hoog en er was overal water zodat de dieren niet elke avond naar de drinkplaatsen hoefden te forensen) maar het gevoel om in de ongerepte natuur te zijn is erg ontspannend. We stonden elke dag om vijf uur op om de eerste game drive te maken. Normaal krijg je me er dan met geen paard uit maar daar sprongen we fluitend het bed uit en de auto in op zoek naar de leeuwen die R graag wilde zien. Die hebben we niet gevonden, maar wel olifanten, giraffen, buffels, neushoorns, kudu's, hyena's, hippo's, impala's en ...... mijn eerste leopard. Hij stak net voor ons de weg over, ving een of ander klein beestje in de berm en bleef daar mee liggen spelen. Dat hebben we minstens tien minuten lang van dichtbij kunnen zien tot een idioot die bij ons was komen staan zijn auto startte. Zoef, weg leopard.
 
Op donderdag 25 februari weer naar huis toe. Dat dachten we tenminste maar toen begon er van alles fout te gaan. Het begon er mee dat ik een hoop kleren in onze lodge liet liggen. Een paar uur later op het parkeerterrein bij de grens met Mozambique, een terrein van minstens twee hectare, helemaal leeg met ergens in het midden één klein lullig boompje, lukte het mij om bij het achteruitrijden nét dat ene boompje te raken: deuk en een achterlicht aan barrels.
Verder bereikten we die dag zonder ongelukken Xai-Xai aan de kust in het zuiden van Mozambique. We wilden namelijk na ruim een jaar in dit land wel eens wat meer zien dan de weg naar Zimbabwe en waren daarom van plan om langs de kust op naar huis te rijden. Pakweg 1500 km door Mozambique, sommigen doen het in een dag, maar wij waren van plan er drie dagen over te doen. Het werden er tien.
 
Op vrijdag wilden we van Xai-Xai naar Vilanculos maar stonden na een kleine 200 km voor een weggespoelde brug. De bouw van een noodbrug zou nog wel een paar weken duren. Andere wegen zijn er niet, hotels evenmin en er zat niks anders op: terug naar Xai-Xai. Onderweg een lekke band, auto opgekrikt, wielmoeren los, smerig, zweten, maar wat ik ook deed, het wiel kwam er niet af. Is met behulp van een vriendelijke en sterke jongeman tenslotte toch gelukt. In Xai-Xai via de enige telefoon van de stad met de Nederlandse ambassade in Maputo gebeld om een nieuw ZA visum voor R te regelen om dan samen via ZA en Zimbabwe terug naar huis te rijden. Of, als dat niet lukte met het visum, als alternatief R en C te laten vliegen en alleen te rijden. Dat lukte allebei niet, alle vluchten zaten vol en visum kon pas op maandag. Volgens de ambassade zou de brug snel klaar zijn en zij adviseerden me om daar in Xai-Xai op te wachten. 

Band laten plakken en maar weer naar hetzelfde vervelende hotel aan het strand waar we de nacht daarvoor geen oog dicht hadden gedaan vanwege de hitte en de disco die de hele nacht doorbonkte.
De kamer kostte $ 50 per nacht, maar niets werkte. Voor dat geld krijg je in ZA een drie sterren hotel. Mozambique is duur. Maar mooi was het er wel: wit strand,  stralend blauw/groen water en bij eb kun je naar het rif lopen en mooi gekleurde visjes zien zwemmen.
De telefoon in Xai-Xai was 15 km van ons hotel en in het weekend gesloten. Informatie over de brug en over de weg verderop was niet te krijgen. Ik dacht dat ik het beste bij de tankstations kon vragen en toen ze daar zaterdagmiddag zeiden dat de noodbrug nog lang niet klaar was, besloten we om de volgende morgen naar Maputo te reizen.
Maputo was maar 200 km. Tijd zat dus. We vertrokken laat en maakten ons geen zorgen over water en het feit dat we weinig (Mozambikaans) geld hadden. De de dag daarvoor geplakte band was weer lek en daar moesten we eerst even mee terug. Terwijl we daar wachtten, vertelde een Zuid Afrikaan me dat de brug weer open was. En ondanks dat we eigenlijk te weinig geld en water hadden (banken en winkels waren dicht op zondag) waagde ik het er toch maar op de andere kant op te rijden, ca 500 km naar Vilanculos. Dat is een toeristenplaats en daar kon ik zeker wisselen en water etc. kopen. Dus voor de derde keer de 200 km naar de brug en inderdaad, er was een stalen noodbrug gelegd en we konden eindelijk naar huis.
Wij hadden in ZA geen regen gehad, maar in Mozambique moest het flink geregend hebben want op diverse plaatsen waren wegen weggespoeld. Maar met onze 4x4 Nissan Patrol ploegden we gemakkelijk door de geulen en de modder heen.
De volgende stad was Maxixe met een mooi uitzicht over de baai naar Inhambane. Mooie zee, prachtige stranden, maar geen tijd om er van te genieten. Even stoppen, kijken, mooi vinden en weer verder.

Mozambique is helemaal leeg. 3000 km van N naar Z en er wonen maar 18 miljoen mensen. Tussen de grotere plaatsen in zie je onderweg misschien om de tien km een paar strooien hutjes en verder bush, savanne zover het oog reikt. Geen mens, geen dorp, geen huis, winkel, restaurant, telefoon, tankstation, heel af en toe een andere auto.
Alles ging prima, tot zo'n 200 km na Maxixe en misschien 30 km van Vilanculos af. Daar begon hier en daar water over de weg te stromen. Een paar centimeter eerst maar even later kwamen we bij een stuk waar het water een halve meter hoog stond. Dat was nog geen probleem maar ik begon me toch zorgen te maken over hoe het er verderop uit zou zien. Terwijl ik daar nog mee bezig was, met zorgen maken, kwam ons een auto tegemoet met een blanke aan het stuur en ik hoefde niet eens te vragen hoe het verderop was. Ik zag meteen aan de bleke kleur om zijn neus dat we beter konden omkeren. Hij moest dringend naar huis in ZA, zei hij, en was een paar km verderop voor $25 door een stel inboorlingen door een anderhalve meter diepe stroom geduwd. Dat was gelukt, maar zijn auto stond vol modderwater. Hij raadde me aan om te keren en als ik persé wilde kon ik het eventueel de volgende dag nog eens proberen.
GVD, GVD, vlak bij huis en toch weer helemaal terug? Maputo, ZA, Zimbabwe? Alles bijelkaar 2500 km? Daar had ik héééél weinig zin in en besloot te wachten tot het water ging zakken. Vlakbij, in Mapinhane, een "stad" bestaande uit een bezinepomp en drie huizen bleek een "hotel" te zijn en daar bleven we eerst maar eens overnachten. Je kunt je wel voorstellen hoe zo'n hotel in de bush er uitziet: geen sterren en geen stromend water op de kamer maar in plaats daarvan een verstopt toilet, muggen, kakkerlakken en muffe, stinkende bedden.
Vanwege de overstromingen was Mapinhane tijdelijk een belangrijk busknooppunt er zaten en lagen tientallen mensen geduldig met hun geiten en kippen op vervoer naar de markt in Maxixe te wachten en we hebben het Afrikaanse plattelandsleven met volle teugen kunnen genieten.
Intussen arriveerden er 's avonds af en toe mensen uit het overstroomde gebied en na hun verhalen begon ik me nóg meer zorgen te maken dan ik al had. Eén vrouw was 8 dagen onderweg geweest vanuit Beira en had hier en daar tot aan haar nek door het water moeten waden. Ik zag me al net als die vrouw vast zitten zonder eten, water, geld, diesel en werd steeds ongeruster en besloot geen risico te nemen met die baby en de volgende dag terug naar Maputo te rijden. Vanwege de zorgen, de stank, de hitte en het gepraat van al die op de bus wachtende mensen en het gemekker van de geiten hebben we die nacht geen oog dicht gedaan en zijn om zes uur opgestaan en vertrokken. Maar eerst nog een klein wondertje: de baas van het benzinestation die 's nachts thuis gekomen was wilde me wel honderd dollar wisselen! We konden tanken!  Ik denk niet dat we Maxixe anders gehaald hadden.
De 700 km naar Maputo gingen prima en ik vond dat we na die ellende wel een beetje luxe hadden verdiend in een hotel van $130 per nacht. Ik hoopte dat één nacht voldoende zou zijn, maar het werden er twee voordat we R's visum hadden. Een mooie stad Maputo, maar duur. Ze blinken nergens in uit, de Mozambikanen, behalve in het afzetten van de mzungu's.

Woensdagochtend op stap naar ZA. Nu was het alleen nog een kwestie van doorrijden dachten we, maar na dertig km stonden we, nog steeds in Mozambique, alweer voor een ingestorte brug. Ik gaf het op, ik had genoeg. Terug naar Maputo en daar dan maar wachten op een vlucht naar Beira en de auto later maar een keer ophalen.
Ik zag echter een paar mensen een zijweg inrijden en iemand raadde me aan die te volgen, want ergens verderop zou nóg een brug zijn. Wij er achteraan. Een erg stoffig en hobbelig weggetje was het, C werd er niet goed van en kotste alles onder. Op een gegeven moment kwamen we aan een rivier waar je in drogere tijden via een stuw kon oversteken, maar nu stond die een heel end onder water. De personenauto's in ons konvooi zagen het niet zitten en keerden om, maar een vrachtauto durfde het aan en bereikte zonder veel problemen de overkant. En wat een vrachtauto kan kan onze Nissan ook dacht ik, dus de 4x4 ingeschakeld en gas gegeven de snel stromende rivier in. En er aan de andere oever weer uit. Een paar spannende, angstige minuten door dat klotsende water, maar we waren er. En na weer een hobbelig stuk weg en nog eens een litertje kots van C kwamen we weer op de hoofdweg naar ZA.
En behalve een lekke band in ZA, misselijk en diarree omdat ik iets verkeerds gegeten had, vervelende Zimbabwaanse douaniers die ons een uur lang niet binnen wilden laten, het verliezen van autodokumenten waardoor ik vreesde Mozambique niet meer in te komen (wat door een stalen gezicht van mij en stommigheid van de douanier de volgende dag toch lukte), enorme regenbuien, een bon voor te hard rijden, was het daarna gewoon een kwestie van geduldig kilometer na kilometer doordouwen voordat we zaterdagmiddag, een week te laat, weer in Beira aankwamen. Alles bij elkaar hebben we 6240 km gereden, waarvan 2600 voor Jan met de korte achternaam. Dat is volgens mij op en neer van Amsterdam naar Barcelona. Geluk bij een ongeluk: omdat we op de terugweg weer langs het Krugerpark kwamen kon ik daar mijn vergeten kleren ophalen.
Heerlijk om weer thuis te zijn. Ik durf niet uit te rekenen wat het allemaal gekost heeft.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten