zondag 6 mei 2012

Back to Bangladesh 2009


Rangpur, december 2009

 
Reizen = lijden, afzien. Wachten, honderd keer in de rij staan, ergeren aan dringers en voorkruipers, jankende kinderen, jetlag, niet kunnen slapen, kapot. 21 Uur duurde de heenreis van deur tot deur, waarvan ruim twee na aankomst op het vliegveld in Dhaka. Eerst bij immigration, we stonden als tweede voor het loket, maar het lukte oom agent om ons toch nog 45 minuten in de rij te laten staan voor onze passen afgestempeld waren. Ik denk dat de laatsten er nu nog staan. Allerlei vage figuren komen aanzetten met handen vol paspoorten, passeren de hele rij, lopen door naar het loket, smoezen wat met de agent en mogen dan voor.

Maar in feite maakte het niets uit want toen we daar eindelijk doorheen waren duurde het nog vijf kwartier voor onze koffers arriveerden. Niets functioneert er in dit land, een ongeorganiseerde puinhoop is het. Van de simpelste klus weten ze nog een chaos te maken. Vijf kwartier aan de band gestaan. Niet zoals op Schiphol met 75 cm ruimte tot je buurman, nee het begrip comfort zone is onbekend in Bangladesh. Met andere woorden, ze staan tegen je aan te duwen en te stinken en opgewonden te schreeuwen. In een hete, zweterige hal, je hebt net een nacht gemist, je bent doodmoe en wilt  maar één ding: naar het hotel en slapen. De hel moet er ongeveer zó uitzien. En Dhaka is dan het vagevuur: heet, druk, chaotisch, vervuild, lawaaiig.

George Harrison zong in 1971 of zo: " ..... too many people in Bangladesh". Toen waren het er misschien 40 miljoen. Nu, bijna veertig jaar later staat de teller op 150 miljoen! In een land met een oppervlakte van 3x Nederland. En die moeten allemaal wonen en werken, eten en drinken en pissen en schijten. Onbegonnen werk.
Toch gaat het economisch vooruit. Op het platteland verandert niets, dat blijft armoe, overleven op een euro per dag per gezin, of minder, maar in Dhaka zie je tegenwoordig volop moderne hotels, supermarkets, restaurants en shopping malls en er is een middenklasse die zich kan veroorloven om daar geld uit te geven.

De volgende dag met een huurauto naar Rangpur. Als je eenmaal die stinkstad uit bent dan ziet het er allemaal wel pittoresque uit. Er hangt een lichte winternevel over het land en de zon schijnt maar op halve kracht. Het is 25 graden, windstil. De rijst is pas geoogst en de meeste velden zijn leeg en bruin, met hier en daar een fel-geel veld met mustard seed (zoiets als ons lijnzaad) en frisgroene veldjes met zaairijst, waarmee de velden binnenkort weer volgepoot zullen worden.
Je ziet chattals (ricemills), fishponds, bananenbosjes, boeren die met 2 koeien hun veld omploegen. Je komt door dorpjes die er allemaal hetzelfde uitzien met hun gore, gammele winkeltjes, werkplaatsjes en restaurantjes.


Wat een schoft van een chauffeur hadden we twee jaar geleden, en wat een aardige jongen was dit, Abdu Musa. 350 km is het, een uur of vijf schatte ik, maar het werden er zeven omdat er ongeveer een miljoen vrachtwagens met 30-40 km/u over de weg kropen die we allemaal moesten inhalen. De laatste 50 km was het donker. Spannend met al die onverlichte ricksha's op de weg die je pas op het allerlaatste moment ziet en met een plotseling ruk aan het stuur moet zien te ontwijken.

Theepauze voor Musa
Innig weerzien met pa, ma en drie zussen. De andere zus woont in Dhaka en die hadden we daar al gezien. De vijfde, broer Sanjoy, was er niet. De zussen hebben het niet erg getroffen met hun lelijke, lompe echtgenoten, maar Sanjoy heeft de hoofdprijs: een hysterische boze heks. Knettergek. En het leek zo'n lief meisje toen ze trouwden.
Het is vijftien jaar geleden sinds ik voor het eerst het huis binnenstapte. Toen was het alleen begane grond, maar intussen heben wij er een verdieping bovenop gebouwd. Het is ongeveer klaar, alleen nog een waterboiler installeren voor de warme douche. Op dit moment gaat dat nog met een emmertje water, op een houtvuurtje warm gemaakt.
Pa heeft zijn best gedaan en over smaak valt niet te twisten zeggen ze, maar over de esthetische waarde van die roze bloemetjestegels in de keuken zou ik toch nog wel even een discussie willen voeren. En dan heb ik het nog niet eens over die lampen aan de muur, met die plastic zonnebloemdecoratie.
Maar het is een mooi, comfortabel appartement geworden: twee slaapkamers, zitkamer, eetkamer, keuken, badkamer, opslag, balkons voor en achter, een vaste trap naar het platte dak en het mooiste: een half overdekt terras van 30m2. En de hele bouw kostte: 3.500 euro!
 
Dat gaat hier wat anders dan in Europa. Je koopt een stapel bakstenen en wat cement en zand en huurt een metselaar die voor één euro per dag  de muren bouwt. En een timmerman zaagt en schaaft en beitelt voor een paar cent van een paar boomstammen je ramen, luiken, deuren, muurkasten en keukenkastjes in elkaar.
 
Nachtrust is wel kostbaar in dit land, dwz er is geen enkel respect voor iemand's behoefte aan slaap. De nachtbussen racen door dorpen en steden en toeteren iedereen wakker, de nachtwacht (een andere, niet die van Rembrandt) houdt hier 's nachts de hele buurt wakker door elke vijf minuten snerpend te fluiten. Maar behalve mij en de inbrekers schijnt dat niemand te storen.
 
Ik heb alles bij elkaar een jaar of zeven in dit land gewoond, maar ik moet bekennen dat ik de taal niet beheers. Ik kan tot tien tellen en ik ken wat losse woorden, maar zinnen maken kan ik niet. En omdat de meesten hier geen Engels spreken zit ik er meestal voor spek en bonen bij. Ik kan zeggen "onek moscha" (veel muggen) en "ami janni na" (ik weet 't niet), en één hele zin: "ami toemake koetkoeti dibo", wat betekent: "ik zal je eens even kietelen". Maar ja, met die woordenschat zijn de communicatiemogelijkheden toch vrij beperkt. Hoe vaak kun je dat zeggen? En tegen wie?
Het maakt altijd wel veel indruk als Ruby vertelt dat ik zo ongeveer met eigen handen de Jamuna brug en de Mohakhali Flyover gebouwd heb. Dat zijn nationale monumenten die iedereen kent en waar de kinderen op school over leren.

24 December met schoonbroer Shubash en een paar van zijn collega's van Practical Action een paar projecten bezocht. Zij werken vooral met arme sloebers die door rivier-erosie hun land en dus hun bron van inkomsten zijn kwijtgeraakt. Ze krijgen training in allerlei "income generating activities", o.a. kleren maken, food processing, schapen houden en pompoenen verbouwen in de rivierbedding tijdens de droge periode. En dat alles in het aller-ruralste van rural Bangladesh, in dorpjes waar je met een auto niet kunt komen. Waar geen TV, radio, internet is, geen kranten, geen post, geen bankafschriften, geen rekeningen. Een verademing. Voor één dag tenminste.
Je moet ze zien om te geloven, de oudere vrouwtjes die daar rondscharrelen: broodmager, misschien 1.40 m groot en 30 kilo zwaar. Hun hele leven geen fatsoenlijke maaltijd gehad.

Pompoenen in de droge Teestabedding

Heel erg rural Bangladesh
Wij wel, we hebben geluncht in een restaurant in Gaibandha. Bij het binnenlopen bestel je aan de kassa, je gaat aan tafel zitten en 3,8 seconden later wordt de warme hap al voor je neergekwakt. Het eten is goed (lekker gekruide biryani rijst met stukken kip) en de bediening snel, maar de ambiance is minder positief: geschreeuw, gegil, gesnotter en gerochel, alles nog overstemd door een snerpende TV. Bestek bestaat niet, evenmin als tafelmanieren.

 
25 December: knallende koppijn. Gevolg van vier slapeloze nachten. En die zijn weer het gevolg van de jetlag van drie uur. En van de herrie 's nachts. Iemand heeft tot een uur of 3 tot allah lopen bidden. Moet hij zelf weten natuurlijk, maar waarom met een microfoon en luidspreker? Idioot.
 
Ruby heeft sushi's gemaakt voor de familie. Het gereedschap en de ingredienten speciaal uit NL en Oeganda meegebracht. Maar kijk eens: ze lusten ze niet. Ik wist het tevoren: de rijst smaakt anders dan ze gewend zijn en wat de boer niet kent vreet hij niet. Zelfs de straathond die hier elke dag op de afvalhoop komt lunchen ruikt er eens aan, trekt een vies gezicht en loopt door. Zalmsushi's!!!

Mela
's Middags naar de Mela geweest, de Trade Fair: eten en drinken en twee hectare van de ergste plastic kitsch van de wereld. Een gebrek aan smaak kun je ze niet ontzeggen.
Wel een leuke tekst  gezien op de trui van een klein jongetje: "just hand me the cookies and nobody will get hurt".

Gekrioel in Rangpur

Er zijn weinig auto's in Rangpur, hét transportmiddel is de ricksha. En daarin heeft een innovatieve vernieuwing  plaatsgevonden: ricksha's met electromotor; geruis- en stankloos. 'n Paar honderd schat ik, 'n druppel in de zee van tienduizenden ouderwetse, door menskracht voortbewogen ricksha's. Die zijn goedkoper, maar minder snel. Maar op het gerochel en de zweetlucht van de ricksha walla na, ook geruis- en stankloos.

 
Het weer in Rangpur valt mee. Niet zo koud als twee jaar geleden, maar we lopen toch te hoesten en snotteren en dragen dikke truien en shawls.
 
28 December een paar huisbezoeken afgelegd. Eerst bij Ashu. Die woont met zijn familie, 20 man of zo, in een paar simpele hutjes van leem, bamboe en golfplaten. Hij is een half jaar geleden getrouwd. Waar is je vrouw, mogen we die eens bewonderen? Dat mocht, maar het duurde even want eerst moest ze mooi aangekleed worden en opgemaakt. Uit Lalmonirhat kwam ze, een kind nog, 14 - 15 jaar oud. Andere Länder, andere Sitten.


Ashu met zijn nieuwe echtgenote
Daarna naar Lovely, Ruby's jeugdvriendin. Lovely,  Beauty en Sweety zijn veel voorkomende namen. Soms zijn ze toepasselijk; soms niet. Deze Lovely is een aardige meid en zo te zien verdiende ze haar naam wel toen ze 20 jaar jonger was. Nu niet meer.
En ze heeft pech in de liefde. Haar huwelijksnacht moet meer weg hebben gehad van een horrorfilm dan van een gepassioneerd liefdesavontuur want ze kwam tot de ontdekking dat haar man geen man was, maar een hermafrodiet. Een halve man. Kan zo maar gebeuren als je pa je echtgenoot uitzoekt en je met een totaal onbekende trouwt.

Gastvrouwtjes bij de muziekschool

 
Privacy bestaat niet in Bangladesh, iedereen weet alles van iedereen en de hele buurt is van alle details op de hoogte inclusief de operaties die de echtgenoot sindsdien heeft ondergaan om bepaalde onderdelen te vervangen. Nog niet met het gewenste resultaat blijkbaar, want kinderen heeft ze niet.
 
30 december terug naar Dhaka. Ruby's pa is een emotionele man. Hij moet altijd huilen als hij zijn dochter weer ziet vertrekken. De terugreis duurde 8 uur, inclusief de lunch in Aristocrat, waar ik een diarree heb opgelopen van heb-ik-jou-daar!
 
Een bijzondere oud/nieuw proces dit keer: om één minut voor twaalf werd de klok een uur teruggezet. Ongeveer op dat moment voelde ik me zó ziek en misselijk dat ik wou dat ik dood was. Een prachtig begin van het nieuwe jaar dus. Gelukkig duurde die misselijkheid niet al te lang, maar nieuwjaarsdag heb ik toch in bed doorgebracht met om de vijf minuten een sprint naar de badkamer.
 
2 Januari voelde ik me wat beter. Nog wat oude en nieuwe bekenden ontmoet, o.a. een beroemde held uit de vrijheidsoorlog die me zijn nieuwe boek cadeau deed (For Mr Paul, a man I always admired). Daarna met de knapste, dwz de mooiste professor van de hele wereld (een Cambodjaans-Franse met  een PhD in Political Science) de Bangladeshi toestand besproken. Ik heb haar drie (van vele) oorzaken genoemd waarom de politiek niet functioneert in dit land:
1) Het begrip compromis bestaat niet; je hebt alleen winnaars en verliezers en in de politiek betekent dat dat de oppositie het parlement boycot en dmv rellen en stakingen probeert de economie te ontwrichten en de regering ten val te brengen.
2) Men is niet geïnteresseerd in het oplossen van problemen, alleen in het aanwijzen van schuldigen.
3) Men kan niet samenwerken op gelijk niveau. Het functioneert alleen als er één de baas is die de rest commandeert. Als de gezagssituatie onduidelijk is gebeurt er helemaal niets.

Lekkere meid die professor. (De linkse natuurlijk. Rechts is mijn vriend Gerard.)
Om 5 uur naar het vliegveld. Ruim de tijd genomen want het duurt altijd allemaal lang daar. Altijd, behalve nu. Nog nooit zo snel door security, inchecken, immigration gekomen en omdat het vliegtuig twee uur vertraging had hebben we vijf uur ziten wachten.
 
Twee bekenden op de vlucht van Dubai naar Entebbe: de Indiase managing director van een groot aannemersbedrijf en een ingenieur van de Oegandese Road Authority met z'n drie kinderen. En ik dus, van de organisatie die de Road Authority van het arme Oeganda financieel ondersteunt.  Eén van ons drieën reisde business class, kun je raden wie? Juist de ingenieur uit het arme ontwikkelingsland!!! Ze waren drie dagen gaan relaxen en shoppen in Dubai.
Iets klopt hier niet voor mijn gevoel. Van z'n salaris kan hij dat niet betalen. Waar dan wel van?
 
De terugreis duurde 26 uur van deur tot deur. In Entebbe stonden we een half uur na de landing al buiten.
 
En de prijs voor de grootste lomperd van de hele reis was dit keer eens niet voor een Bangladeshi kandidaat, maar die werd eerlijk verdiend door een lelijke, vette, stinkende, strontvervelende Amerikaan.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten