zondag 6 mei 2012

Koud in Rangpur!

December 2011

Een graad of 12 schat ik, en een vochtige klamme mist: een kilte die langzaam je botten en gewrichten binnendringt en je door en door stijf en koud maakt. Zelfs de geiten hebben het koud en hebben hun jurkjes en T-shirts uit de kast gehaald. De Bangladeshi`s hebben truien en jassen aan, mutsen op hun hoofd, een shawl om de oren, maar ze lopen wel bijna allemaal op blote voeten in hun slippers. Mij hebben ze altijd geleerd dat je eerst moet zorgen dat je voeten warm zijn, maar misschien werkt dat hier anders.


Malle meid

Mist

Het is twee jaar geleden sinds we voor het laatst hier waren en alles is veel duurder geworden in de tussentijd, vooral voedsel: de prijzen zijn minstens verdubbeld. Ricksja`s zijn wel drie keer zo duur! Fietsten ze je 2 jaar geleden nog voor 5 cent naar de stad, een ritje van zo`n 20 minuten, nu betaal je daar wel 15 cent voor! Schandalig! Afzetterij!

Ik had me op het ergste voorbereid, maar de reis en de aankomst vielen erg mee dit keer. Alles op tijd, alle bagage gearriveerd, en de huiskerende gastarbeiders gedroegen zich bijna als normale, beschaafde mensen. Sommige tenminste. De enige waar ik bij aankomst ruzie mee kreeg was een niet erg diplomatieke Italiaanse “diplomat” die meende dat hij te belangrijk was om bij immigration in de rij op zijn beurt te wachten.

Onderweg nog even kunnen zwaaien naar Mount Everest want we vlogen, op een flinke afstand, dat wel, voor langs de Himalaya’s. Mijn oude trouwe DUTP medewerker Israr haalde ons op van het vliegveld en leverde ons af op de Dutch club. Het is niet mogelijk denk je, maar elke keer als je weer in Dhaka aankomt is het nóg voller en nóg drukker dan de vorige keer.

Voor de laatste etappe, de reis van Dhaka naar Rangpur, hadden we een auto gehuurd met chauffeur Liton, een aardige jongen en een goede, veilige chauffeur. Die reis valt elke keer weer tegen. Het zijn ongeveer 320 km, hoogstens vier uur rijden in Oeganda, maar door de zwermen voortkruipende vrachtauto`s die je steeds in moet halen, duurde het 7.5 uur. Krankzinnige inhaaltaferelen overal met bussen; millimeterwerk op de smalle wegen bij snelheden van 90 km/u, maar op een miraculeuze manier liep het steeds toch nog net goed af. Dit keer tenminste.

Hartelijk weerzien met pa en ma en de zusjes, het neefje en de nichtjes en kennismaking met het twee weken oude nieuwe nichtje Prokiti.
   Claudia met Prokiti
 De broer en zijn vrouw hebben we de hele vakantie niet gezien. De schoonbroers ook niet en dat is maar goed ook, want ik zou hun nek gebroken hebben, die achterlijke schooiers. Hingsha, afgunst, maakt veel kapot in Bangladesh. Wij zijn natuurlijk multi-miljonairs in hun ogen en daarom moet er geroddeld en kapot gemaakt worden. Ik schijn bijvoorbeeld vier vrouwen te hebben; dat verhaal spreiden ze tenminste overal rond. Ik lach er om, maar Ruby’s ouders en zusjes hebben vaak echt te lijden van hun gluiperige, gemene streken.

Hoewel we nog nooit één hap gegeten hebben in ons eigen appartement, vond Ruby dat we aan een nieuwe eettafel + stoelen toe waren. In Nederland ga je dan naar de meubelboulevard maar in Rangpur gaat dat anders: je koopt een boomstam, brengt hem naar een zagerij en laat er planken van zagen. Die laat je thuis bezorgen, huurt een timmerman en die knutselt in een paar dagen een tafel en stoelen in elkaar.

Het tafelbouwpakket arriveert
              
                                                                 Ons appartement

Op dezelfde manier had Ruby op afstand al een paar van onze Oegandese kastjes laten namaken: foto naar pa in Rangpur gemaild, aan de timmerman laten zien en die had ze volgens de bovengenoemde methode in elkaar geknutseld. Perfect, alleen de schaal klopte niet: ongeveer anderhalf keer te groot! Vergeten de maten door te geven.

Over de door pa ingehuurde handwerkers moeten we het ook nog eens hebben. De timmerlui (met nadruk op lui), de electriciens, de loodgieters, wat een prutsers allemaal. Ondanks zes kranen in de douche lukt het niet om warm en koud water te mengen. De helft van de stopcontacten werkt niet. Scheef hangende gordijnrails, de steunen met 5 grote spijkers in de muur geslagen ..... Ik stop er maar mee, anders ga ik nog huilen. Volgende keer neem ik een paar Polen mee.


Zes kranen in de douche, en nóg geen warm water

Vakwerk? Nee: prutswerk.
En toen was het Kerstmis en toen kwam DE ZON! Blauwe lucht, windstil, warm! Heerlijk. ‘s Avonds twee kerstcadeaus van Lipi: een straalkacheltje en een kersttaart!!


Mijn kerstcadeau van Lipi



Allemaal samen aan de taart
Ik heb het wel eens eerder opgemerkt: geen enkel respect voor nachtrust hier. Bussen denderen de hele nacht luid toeterend door dorpen en steden. Robertsongonj, waar wij wonen, is een rustige buitenwijk en de bussen hoor je hier niet, maar wel regelmatig een gek die de hele nacht met microfoon en luidspreker uit de koran zit voor te lezen; of een buurman die tot diep in de nacht op zijn dak zit te hameren. Blijkbaar ben ik de enige die dat asociaal vindt.

Het is 31 december. Morgen is een gewone werk- en schooldag. Geen oudjaarsparties hier en daarom lig ik om 22:45 al in bed. De meesten slapen al. In de buurt klinkt muziek: toch nog een paar mensen die oudjaar vieren. Af en toe een vuurwerkknal. Ik besluit wakker te blijven tot 2012. De knallen worden frequenter. En luider. Opgewonden jongens in de straat. Je voelt 2012 naderen en dan is het 0:00 uur: gejuich, geschreeuw buiten, luide knallen, de volumeknop van de muziek gaat omhoog. Slapen is onmogelijk nu. Om 0:45 wordt het wat stiller en ik ga slapen. Tot .... zoem, zoem: gvd, een mug. Als ik IETS haat! Licht aan en met de zaklamp op jacht. Ik vind hem niet.  Of haar; de mannetjes zijn OK, het zijn de bitches die zoemen en steken. Dan maar het muskietennet een tijdje omhoog, de mug wegjagen en het net weer laten zakken. Gelukt; weg gezoem. Nu eindelijk slapen. Tien minuten later, 1:12 uur: gejengel: een SMS bericht op de telefoon: happy new year! Leuk, maar nu eindelijk slapen. Maar de houtworm in het raamkozijn dacht daar anders over en uitgerekend in de nieuwjaarsnacht besloot hij een nieuwe tunnel te gaan knagen en dat gaat met een luid krakend geluid dat me zo ongeveer de rest van de nieuwjaarsnacht uit mijn slaap hield. Happy New Year!


Onze nieuwjaarskaart
1 Januari: het weer gaf precies aan hoe ik me voelde: bewolkt en regen.

3 Januari: eindelijk eens wat actie: schoonmaakster Sofia heeft Shanta`s mobieltje gestolen, een duur huwelijkscadeau. Ze ontkent. Ruby biedt haar 2000 Taka (20 euro) als ze het teruggeeft. Ze weigert. Politie erbij. Die doorzoekt haar huis en vindt het mobieltje + diverse andere gestolen spullen. Politieshow: Sofia wordt geboeid de tuin binnengeleid, vermanend toegesproken en met een stok geslagen. Honderden toeschouwers in de tuin en bovenop de muren. Shanta doet geen aangifte. Sofia moet mee naar het bureau maar wordt niet opgesloten. Haar schoonmaakjob is ze kwijt.

De twee weken vakantie zijn bijna voorbij. Wat heb ik eigenlijk gedaan? Niet veel; een paar bekenden opgezocht, o.a. Ashu en mijn vroegere projectmedewerkster Anjuman, aka China. De temple van godin Kali bezocht en ook de jaarlijkse Mela, een soort kermis/plastic kitschmarkt. Een paar keer met de ricksja naar de stad inkopen doen, met Claudia het aquarium schoongemaakt en verder veel e-mailen en sudoku’s oplossen.
Het hoogtepunt van de dag: ‘s avonds een glas whiskey drinken met pa. Hij is gek op whiskey, maar alcohol is streng verboden dus zijn enige kans is de fles die wij altijd voor hem meenemen.


De tempel van Kali
Mela kitsch
Ruby’s moeder heeft zo ongeveer de hele drie weken in de keuken gekampeerd om op elk gewenst uur van de dag eten op tafel te toveren: ontbijt, middag-eten, avond-eten, nacht-eten en daartussendoor snacks en zoetigheden. Als het extra lekker moet zijn kookt ze op een houtvuurtje maar de gewoon lekkere gerechten worden bereid op een electrisch apparaat dat zonder schakelaar met twee losse koperdraadjes wordt verbonden aan twee losse draadjes uit de muur. Ik kon het niet aanzien en liet een electricien komen om een fatsoenlijk stopcontact te monteren, maar die vertelde dat die meteen doorbranden bij dit soort apparaten.


Zou dit stopcontact KEMA keur hebben?

Unieke gebeurtenis in mijn leven: bijna 3 weken lang geen Bideshi (buitenlander, witneus, bleekscheet) gezien, alleen bruine Bengalen. Waarschijnlijk wonen/werken er wel een paar in Rangpur, maar die waren dan allemaal op kerstverlof.

5 Januari terug naar Dhaka, naar de Dutch club. Innig weerzien met Eva, Ruby’s tennispartner, echtgenote van de Adventist dentist, wat boodschappen gedaan en een serie oude bekenden ontmoet. Mijn vroegere office manager Mamun had ook al een job voor me: sales manager Europa en de USA voor sportkleding en garnalen. We shall see.

En op de 7de weer inschepen en naar huis. Bangladeshi’s hebben er een handje van om veel, vies en vettig te niezen, gek genoeg vooral de passagiers die vlak bij je zitten. Ze schrapen en rochelen natuurlijk ook en ze hebben ook een karakteristieke manier van snotteren en neus ophalen. Veeleisend zijn ze vaak ook in het vliegtuig. Sommigen heren denken dat hun ticket het recht geeft om tijdens de hele vlucht de stewardessen te commanderen en op en neer naar de keuken te laten rennen. Thuis zijn het allemaal zeer vrome muslims natuurlijk, maar in het vliegtuig zien de buren het toch niet en laten ze zich vollopen met bier en wijn.
Een een rotzooi overal ........ Mensen stammen af van apen, zegt men, maar volgens mij zijn er ook die van varkens afstammen.

Schrik bij de tussenlanding in Addis Ababa. Een kwartier voor de landing: “Cabin staff take your seat immediately.” Toch veilig geland, maar direct na de landing: “Cabin staff be ready for all instructions“. Daarna werden er “security checks” uitgevoerd op het vliegtuig en op de deuren en werd de handbagage van de passagiers uiterst nauwkeurig gecontroleerd.
Na anderhalf uur weer normaal opgestegen voor de laatste etappe naar Entebbe, maar helemaal gerust zit je dan toch niet in je stoel, vooral als het vliegtuig enorm begint te schokken en te schudden. Na de landing riep de piloot om dat we er nog niet uit konden omdat er eerst een paar security checks op het vliegtuig moesten worden uitgevoerd. Niets gevonden blijkbaar want na een minuut of 10 mochten we uitstappen. Dat gaat in Oeganda allemaal veel efficienter dan in Dhaka: binnen een minuut waren we door de douane en 10 minuten later waren we met onze koffers op weg naar huis.
Na die wat angstige vlucht durft Claudia nooit meer te vliegen. OK, nog één keer naar huis, en dan nooit meer. We shall see.

Drama bij thuiskomst: vier van Claudia’s kippen dood + alle kalkoene- en kippekuikentjes. Een natuurlijke dood? Of was er een relatie met kerstmis, cq het kerstdiner?

9 Januari: weer aan het werk. Een half jaar nog tot mijn pensioen en misschien kunnen we dan wat vaker en wat langer naar Bangladesh.

Back to Bangladesh 2009


Rangpur, december 2009

 
Reizen = lijden, afzien. Wachten, honderd keer in de rij staan, ergeren aan dringers en voorkruipers, jankende kinderen, jetlag, niet kunnen slapen, kapot. 21 Uur duurde de heenreis van deur tot deur, waarvan ruim twee na aankomst op het vliegveld in Dhaka. Eerst bij immigration, we stonden als tweede voor het loket, maar het lukte oom agent om ons toch nog 45 minuten in de rij te laten staan voor onze passen afgestempeld waren. Ik denk dat de laatsten er nu nog staan. Allerlei vage figuren komen aanzetten met handen vol paspoorten, passeren de hele rij, lopen door naar het loket, smoezen wat met de agent en mogen dan voor.

Maar in feite maakte het niets uit want toen we daar eindelijk doorheen waren duurde het nog vijf kwartier voor onze koffers arriveerden. Niets functioneert er in dit land, een ongeorganiseerde puinhoop is het. Van de simpelste klus weten ze nog een chaos te maken. Vijf kwartier aan de band gestaan. Niet zoals op Schiphol met 75 cm ruimte tot je buurman, nee het begrip comfort zone is onbekend in Bangladesh. Met andere woorden, ze staan tegen je aan te duwen en te stinken en opgewonden te schreeuwen. In een hete, zweterige hal, je hebt net een nacht gemist, je bent doodmoe en wilt  maar één ding: naar het hotel en slapen. De hel moet er ongeveer zó uitzien. En Dhaka is dan het vagevuur: heet, druk, chaotisch, vervuild, lawaaiig.

George Harrison zong in 1971 of zo: " ..... too many people in Bangladesh". Toen waren het er misschien 40 miljoen. Nu, bijna veertig jaar later staat de teller op 150 miljoen! In een land met een oppervlakte van 3x Nederland. En die moeten allemaal wonen en werken, eten en drinken en pissen en schijten. Onbegonnen werk.
Toch gaat het economisch vooruit. Op het platteland verandert niets, dat blijft armoe, overleven op een euro per dag per gezin, of minder, maar in Dhaka zie je tegenwoordig volop moderne hotels, supermarkets, restaurants en shopping malls en er is een middenklasse die zich kan veroorloven om daar geld uit te geven.

De volgende dag met een huurauto naar Rangpur. Als je eenmaal die stinkstad uit bent dan ziet het er allemaal wel pittoresque uit. Er hangt een lichte winternevel over het land en de zon schijnt maar op halve kracht. Het is 25 graden, windstil. De rijst is pas geoogst en de meeste velden zijn leeg en bruin, met hier en daar een fel-geel veld met mustard seed (zoiets als ons lijnzaad) en frisgroene veldjes met zaairijst, waarmee de velden binnenkort weer volgepoot zullen worden.
Je ziet chattals (ricemills), fishponds, bananenbosjes, boeren die met 2 koeien hun veld omploegen. Je komt door dorpjes die er allemaal hetzelfde uitzien met hun gore, gammele winkeltjes, werkplaatsjes en restaurantjes.


Wat een schoft van een chauffeur hadden we twee jaar geleden, en wat een aardige jongen was dit, Abdu Musa. 350 km is het, een uur of vijf schatte ik, maar het werden er zeven omdat er ongeveer een miljoen vrachtwagens met 30-40 km/u over de weg kropen die we allemaal moesten inhalen. De laatste 50 km was het donker. Spannend met al die onverlichte ricksha's op de weg die je pas op het allerlaatste moment ziet en met een plotselinge ruk aan het stuur moet zien te ontwijken.

Theepauze voor Musa
Innig weerzien met pa, ma en drie zussen. De andere zus woont in Dhaka en die hadden we daar al gezien. De vijfde, broer Sanjoy, was er niet. De zussen hebben het niet erg getroffen met hun lelijke, lompe echtgenoten, maar Sanjoy heeft de hoofdprijs: een hysterische boze heks. Knettergek. En het leek zo'n lief meisje toen ze trouwden.
Het is vijftien jaar geleden sinds ik voor het eerst het huis binnenstapte. Toen was het alleen begane grond, maar intussen heben wij er een verdieping bovenop gebouwd. Het is ongeveer klaar, alleen nog een waterboiler installeren voor de warme douche. Op dit moment gaat dat nog met een emmertje water, op een houtvuurtje warm gemaakt.
Pa heeft zijn best gedaan en over smaak valt niet te twisten zeggen ze, maar over de esthetische waarde van die roze bloemetjestegels in de keuken zou ik toch nog wel even een discussie willen voeren. En dan heb ik het nog niet eens over die lampen aan de muur, met die plastic zonnebloemdecoratie.
Maar het is een mooi, comfortabel appartement geworden: twee slaapkamers, zitkamer, eetkamer, keuken, badkamer, opslag, balkons voor en achter, een vaste trap naar het platte dak en het mooiste: een half overdekt terras van 30m2. En de hele bouw kostte: 3.500 euro!
 
Dat gaat hier wat anders dan in Europa. Je koopt een stapel bakstenen en wat cement en zand en huurt een metselaar die voor één euro per dag  de muren bouwt. En een timmerman zaagt en schaaft en beitelt voor een paar cent van een paar boomstammen je ramen, luiken, deuren, muurkasten en keukenkastjes in elkaar.
 
Nachtrust is wel kostbaar in dit land, dwz er is geen enkel respect voor iemand's behoefte aan slaap. De nachtbussen racen door dorpen en steden en toeteren iedereen wakker, de nachtwacht (een andere, niet die van Rembrandt) houdt hier 's nachts de hele buurt wakker door elke vijf minuten snerpend te fluiten. Maar behalve mij en de inbrekers schijnt dat niemand te storen.
 
Ik heb alles bij elkaar een jaar of zeven in dit land gewoond, maar ik moet bekennen dat ik de taal niet beheers. Ik kan tot tien tellen en ik ken wat losse woorden, maar zinnen maken kan ik niet. En omdat de meesten hier geen Engels spreken zit ik er meestal voor spek en bonen bij. Ik kan zeggen "onek moscha" (veel muggen) en "ami janni na" (ik weet 't niet), en één hele zin: "ami toemake koetkoeti dibo", wat betekent: "ik zal je eens even kietelen". Maar ja, met die woordenschat zijn de communicatiemogelijkheden toch vrij beperkt. Hoe vaak kun je dat zeggen? En tegen wie?
Het maakt altijd wel veel indruk als Ruby vertelt dat ik zo ongeveer met eigen handen de Jamuna brug en de Mohakhali Flyover gebouwd heb. Dat zijn nationale monumenten die iedereen kent en waar de kinderen op school over leren.

24 December met schoonbroer Shubash en een paar van zijn collega's van Practical Action een paar projecten bezocht. Zij werken vooral met arme sloebers die door rivier-erosie hun land en dus hun bron van inkomsten zijn kwijtgeraakt. Ze krijgen training in allerlei "income generating activities", o.a. kleren maken, food processing, schapen houden en pompoenen verbouwen in de rivierbedding tijdens de droge periode. En dat alles in het aller-ruralste van rural Bangladesh, in dorpjes waar je met een auto niet kunt komen. Waar geen TV, radio, internet is, geen kranten, geen post, geen bankafschriften, geen rekeningen. Een verademing. Voor één dag tenminste.
Je moet ze zien om te geloven, de oudere vrouwtjes die daar rondscharrelen: broodmager, misschien 1.40 m groot en 30 kilo zwaar. Hun hele leven geen fatsoenlijke maaltijd gehad.

Pompoenen in de droge Teestabedding

Heel erg rural Bangladesh
Wij wel, we hebben geluncht in een restaurant in Gaibandha. Bij het binnenlopen bestel je aan de kassa, je gaat aan tafel zitten en 3,8 seconden later wordt de warme hap al voor je neergekwakt. Het eten is goed (lekker gekruide biryani rijst met stukken kip) en de bediening snel, maar de ambiance is minder positief: geschreeuw, gegil, gesnotter en gerochel, alles nog overstemd door een snerpende TV. Bestek bestaat niet, evenmin als tafelmanieren.

 
25 December: knallende koppijn. Gevolg van vier slapeloze nachten. En die zijn weer het gevolg van de jetlag van drie uur. En van de herrie 's nachts. Iemand heeft tot een uur of 3 tot allah lopen bidden. Moet hij zelf weten natuurlijk, maar waarom met een microfoon en luidspreker? Idioot.
 
Ruby heeft sushi's gemaakt voor de familie. Het gereedschap en de ingredienten speciaal uit NL en Oeganda meegebracht. Maar kijk eens: ze lusten ze niet. Ik wist het tevoren: de rijst smaakt anders dan ze gewend zijn en wat de boer niet kent vreet hij niet. Zelfs de straathond die hier elke dag op de afvalhoop komt lunchen ruikt er eens aan, trekt een vies gezicht en loopt door. Zalmsushi's!!!

Mela
's Middags naar de Mela geweest, de Trade Fair: eten en drinken en twee hectare van de ergste plastic kitsch van de wereld. Een gebrek aan smaak kun je ze niet ontzeggen.
Wel een leuke tekst  gezien op de trui van een klein jongetje: "just hand me the cookies and nobody will get hurt".

Gekrioel in Rangpur

Er zijn weinig auto's in Rangpur, hét transportmiddel is de ricksha. En daarin heeft een innovatieve vernieuwing  plaatsgevonden: ricksha's met electromotor; geruis- en stankloos. 'n Paar honderd schat ik, 'n druppel in de zee van tienduizenden ouderwetse, door menskracht voortbewogen ricksha's. Die zijn goedkoper, maar minder snel. Maar op het gerochel en de zweetlucht van de ricksha walla na, ook geruis- en stankloos.

 
Het weer in Rangpur valt mee. Niet zo koud als twee jaar geleden, maar we lopen toch te hoesten en snotteren en dragen dikke truien en shawls.
 
28 December een paar huisbezoeken afgelegd. Eerst bij Ashu. Die woont met zijn familie, 20 man of zo, in een paar simpele hutjes van leem, bamboe en golfplaten. Hij is een half jaar geleden getrouwd. Waar is je vrouw, mogen we die eens bewonderen? Dat mocht, maar het duurde even want eerst moest ze mooi aangekleed worden en opgemaakt. Uit Lalmonirhat kwam ze, een kind nog, 14 - 15 jaar oud. Andere Länder, andere Sitten.


Ashu met zijn nieuwe echtgenote
Daarna naar Lovely, Ruby's jeugdvriendin. Lovely,  Beauty en Sweety zijn veel voorkomende namen. Soms zijn ze toepasselijk; soms niet. Deze Lovely is een aardige meid en zo te zien verdiende ze haar naam wel toen ze 20 jaar jonger was. Nu niet meer.
En ze heeft pech in de liefde. Haar huwelijksnacht moet meer weg hebben gehad van een horrorfilm dan van een gepassioneerd liefdesavontuur want ze kwam tot de ontdekking dat haar man geen man was, maar een hermafrodiet. Een halve man. Kan zo maar gebeuren als je pa je echtgenoot uitzoekt en je met een totaal onbekende trouwt.

Gastvrouwtjes bij de muziekschool

 
Privacy bestaat niet in Bangladesh, iedereen weet alles van iedereen en de hele buurt is van alle details op de hoogte inclusief de operaties die de echtgenoot sindsdien heeft ondergaan om bepaalde onderdelen te vervangen. Nog niet met het gewenste resultaat blijkbaar, want kinderen heeft ze niet.
 
30 december terug naar Dhaka. Ruby's pa is een emotionele man. Hij moet altijd huilen als hij zijn dochter weer ziet vertrekken. De terugreis duurde 8 uur, inclusief de lunch in Aristocrat, waar ik een diarree heb opgelopen van heb-ik-jou-daar!
 
Een bijzondere oud/nieuw proces dit keer: om één minut voor twaalf werd de klok een uur teruggezet. Ongeveer op dat moment voelde ik me zó ziek en misselijk dat ik wou dat ik dood was. Een prachtig begin van het nieuwe jaar dus. Gelukkig duurde die misselijkheid niet al te lang, maar nieuwjaarsdag heb ik toch in bed doorgebracht met om de vijf minuten een sprint naar de badkamer.
 
2 Januari voelde ik me wat beter. Nog wat oude en nieuwe bekenden ontmoet, o.a. een beroemde held uit de vrijheidsoorlog die me zijn nieuwe boek cadeau deed (For Mr Paul, a man I always admired). Daarna met de knapste, dwz de mooiste professor van de hele wereld (een Cambodjaans-Franse met  een PhD in Political Science) de Bangladeshi toestand besproken. Ik heb haar drie (van vele) oorzaken genoemd waarom de politiek niet functioneert in dit land:
1) Het begrip compromis bestaat niet; je hebt alleen winnaars en verliezers en in de politiek betekent dat dat de oppositie het parlement boycot en dmv rellen en stakingen probeert de economie te ontwrichten en de regering ten val te brengen.
2) Men is niet geïnteresseerd in het oplossen van problemen, alleen in het aanwijzen van schuldigen.
3) Men kan niet samenwerken op gelijk niveau. Het functioneert alleen als er één de baas is die de rest commandeert. Als de gezagssituatie onduidelijk is gebeurt er helemaal niets.

Lekkere meid die professor. (De linkse natuurlijk. Rechts is mijn vriend Gerard.)
Om 5 uur naar het vliegveld. Ruim de tijd genomen want het duurt altijd allemaal lang daar. Altijd, behalve nu. Nog nooit zo snel door security, inchecken, immigration gekomen en omdat het vliegtuig twee uur vertraging had hebben we vijf uur ziten wachten.
 
Twee bekenden op de vlucht van Dubai naar Entebbe: de Indiase managing director van een groot aannemersbedrijf en een ingenieur van de Oegandese Road Authority met z'n drie kinderen. En ik dus, van de organisatie die de Road Authority van het arme Oeganda financieel ondersteunt.  Eén van ons drieën reisde business class, kun je raden wie? Juist de ingenieur uit het arme ontwikkelingsland!!! Ze waren drie dagen gaan relaxen en shoppen in Dubai.
Iets klopt hier niet voor mijn gevoel. Van z'n salaris kan hij dat niet betalen. Waar dan wel van?
 
De terugreis duurde 26 uur van deur tot deur. In Entebbe stonden we een half uur na de landing al buiten.
 
En de prijs voor de grootste lomperd van de hele reis was dit keer eens niet voor een Bangladeshi kandidaat, maar die werd eerlijk verdiend door een lelijke, vette, stinkende, strontvervelende Amerikaan.




zondag 29 april 2012

Prinsessebedje


Dhaka, 26 mei 2005

Ben weer even ziek geweest, maar intussen ben ik weer voor de volle 80% OK. Of het door het water komt, of de lucht, ik weet het niet, maar echt lekker fit voel ik me hier nooit.

Gisteren een aanrijding gehad met een riksja. Die ricksjapullers komen rechtstreeks uit de rimboe, hadden voor ze naar Dhaka kwamen nog nooit een auto gezien. Ongeleide projectielen, loose canons waar je alles van kunt verwachten wat je niet kunt verwachten. Hij reed helemaal rechts, wat in Holland OK is, maar hier niet, en besloot maar naar zijn eigen weghelft terug te gaan op het moment dat ik hem aan het ontwijken was. Doing-doing, wat blikschade aan mijn auto; hij had helaas niets, alleen een paar boze passagiers die bij mij verhaal kwamen halen, maar schrokken van mijn boze reactie en terugvluchtten hun riksja in.

Claudia is het liefste en gemakkelijkste kind van de wereld, maar ze heeft één probleem: bang om alleen te slapen. Een onoplosbaar probleem, alles geprobeerd, niets gelukt en dus sliepen we tot voor kort met zijn drieën in één bed. Geen probleem met drie dunne sprietjes. Nou OK dan, twee dunne sprietjes en een dikke.


Ruby is daarentegen niet de makkelijkste van de wereld. Een van haar problemen is dat ze altijd leuke dingen ziet bij anderen en, dat voel je al aankomen, die dan zelf ook wil hebben. Haar recentste ontdekking was het bedje van een van Claudia's vriendinnetjes, speciaal ontworpen en gemaakt door een timmerman, met het hoofd- en voeteneind in de vorm van een kroon, een echt prinsessebedje. En dat bed moest en zou er voor Claudia ook komen, want alleen het beste is goed genoeg voor ons oogappeltje. Ik stribbelde nog even tegen door te vragen of Claudia daar dan ook wel echt in zou willen slapen, maar dat was natuurlijk flauw gezeur van me. Dus: de timmerman gebeld en een week later kwam het aan: een mooi lichtblauw prinsessebedje met gouden bolletjes op de kroon. Wat prachtig, wat stond dat mooi op Claudia's kamer en wat waren de meisjes er blij mee. Weg met dat oude bed, terug naar de meubelopslag.

Het prinsessebedje

Maar toen kwam de avond en de vraag: waar slaapt Claudia? In het nieuwe bed natuurlijk en pappa en mamma op hun eigen kamer samen in hun eigen twijfelaar van 1.50 m. breed Maar niet lang, want zogauw pappa sliep kwam Claudia aangetrippeld en kroop lekker tegen mamma aan. De volgende avond: met eerst prijzen (je bent al zo'n grote flinke meid) en toen dreigen (ik sluit je op, ik verkoop het bed weer) weer gelukt om ze in het nieuwe bed te krijgen; tot ik weer sliep en zij weer gezellig aansloot.
En ik, die dat bed helemaal niet gewild had, kon nu elke avond eerst het gevecht aan met Claudia en kon vervolgens niet fatsoenlijk slapen wegens plaatsgebrek. Na een paar dagen waren we alledrie uitgeput wegens tekort aan slaap.

Dat was ik dus zat, en wie kan er raden hoe dit voorlopig afgelopen is? Juist: mamma en Claudia slapen nu gezellig samen in de twijfelaar en yours truly in het hemelsblauwe kinderbedje.

Wordt vervolgd.



Armoe


Dhaka, 16 juni 2005

Miljoenen mensen moeten elke dag weer ploeteren voor een handjevol rijst. De dagloners op de bouw b.v., die tien uur lang bakstenen of emmers beton op hun hoofd omhoog moeten sjouwen voor een euro. Of de voddenboer die ik net zag ploeteren. Het is 16 juni, het regent, alles is modderig en grauw. Ik stond in de file en zag een man met zijn zoontje van een jaar of acht, allebei vodden aan hun lijf, een kar met afval door de modder duwen. Niet dat de mensen hier veel waardevols weggooien, maar uit de stinkende hopen huisafval die hier en daar langs de straat liggen, scharrelen ze toch nog wat troep, papier, plastic, blik, bijelkaar om te verkopen. De man, de jongen, de kar, alles even goor en grauw en smerig, zwetend in de zompige hitte, wringende, toeterende auto's die millimeters langs hen heen scheuren, de hel moet er zo ongeveer uitzien. Geen topbaan.

Toen onze file even later wat opschoof zag ik de schatzoekers weer: wiel afgebroken, hun karretje in elkaar gestort, hun handel midden in een grote plas water. En de twee proberend hun schatten op het droge te brengen.

Wat een ellende. Wat moet je in je vorige leven misdaan hebben om zo te moeten leven? En wat zouden ze zo ophalen? 50 cent per dag?


Ik heb hier in Dhaka al duizenden arme sloebers gezien, bedelend, tussen afval graaiend, miserabel, mager, ziek, blind, mismaakt, gewond, geen armen, geen benen en ik ben niet gauw onder de indruk. Maar vorige week zag ik vlak bij ons kantoor in het voorbijrijden een vrouw op een vuilnishoop zitten, een vieze gore stinkende hoop huis- en tuinafval waar de ratten en kakkerlakken nog met een boog omheen lopen. En die vrouw, voor in de twintig schat ik, gekleed in gore lappen, zat boven op die stinkende hoop te ETEN!!!!
Ze graaide tussen de troep en ik weet niet wat ze daar voor lekkers vond, maar ze stak steeds stukjes in haar mond en kauwde er op alsof het toastje met kaviaar waren. Ze zag er goed doorvoed uit. Toen ik een half uur later weer langs kwam zat ze er nog. Aan het dessert waarschijnlijk.



Maid-crisis

Dhaka, 10 augustus 2005

We zijn weer in Dhaka en bij terugkeer zaten we weer meteen in een maid-crisis. Dat wordt intussen bijna traditie. Priti, onze maid van de laatste tijd, heeft ruzie gekregen met Santa, die op het huis paste en het konijn, de schildpadden en de vissen voerde, en is er vandoor gegaan. Maar geen nood: meester Freek, de bovenmeester van de Nederlandse school is in juni voorgoed uit Dhaka vertrokken en Poorno, zijn kok, was werkloos en stond al te trappelen om het over te nemen. Meester Freek had hem een prima getuigschrift gegeven: eerlijk, hardwerkend, betrouwbaar en een fantastische kok.
Nou, dat valt tegen kan ik jullie zeggen: weinig variatie, nog minder smaak, wel altijd veel zout. Onze kakkerlakken zijn dat niet gewend en lopen er met een grote boog omheen. En hij gaat me een beetje op de zenuwen. Hij noemt me steeds "brother", staat naast me te kijken als ik begin te eten en vraagt dan heel blij: "lekker?". Dan zou ik hem graag die pan met zoute troep over zijn kop omdraaien, maar het is een goeiige jongen, dus ik houd me maar in.

Freek en Mina waren zeer bijbels, daar zal dat ge-brother wel vandaan komen. Mina is Bangladeshi en ze zijn al 28 jaar getrouwd. Er zat hier nog een Nederlands/Bangladeshi stel dat al 28 jaar getrouwd was; ook in mei-juni vertrokken. Ik dacht altijd dat ik de eerste was die dat avontuur aandurfde.

Verder weinig te melden: nieuw project, nieuwe auto, een Toyota Landcruiser waarmee ik het komende jaar door het hele land moet gaan reizen.

Tot ...?

Naar Afrika


Kampala, 12 februari 2006 

We zijn intussen al drie weken in Oeganda en jullie zitten vast te branden van verlangen om te horen hoe het hier is. 
Prima: mooi land, mooie stad, vrolijke mensen, en op kantoor: interessant werk, leuke sfeer, aardige collega's. Ik ben ineens diplomaat en ben bv observator bij de verkiezingen op 23 februari. Maar het normale werk is het begeleiden van wegenbouwprojecten, vanaf de identificatie t/m de uitvoering.
Wat een opluchting toen we Afrika binnenvlogen in een vliegtuig vol vrolijke Afrikanen, ik had ze allemaal kunnen knuffelen. Ruby heeft nog niet helemaal haar draai gevonden hier en mist haar vriendinnen en haar tennisbaan in Dhaka. Maar dat zal allemaal wel bijdraaien als we ons eenmaal gesettled hebben en een tennisbaan hebben gevonden etc.
We wonen voorlopig even in een gemeubileerd appartement op loopafstand van mijn kantoor, maar we zijn druk op zoek naar een huis. Mooie huizen hier, met grote tuinen, maar niet goedkoop: 2.000 dollar/maand is nog niks. Ik had mijn keuze eigenlijk al gemaakt, maar Ruby is het er niet mee eens en die moet er de hele dag doorbrengen, dus we zoeken verder. Maar nog meer haast heb ik met een auto, een beetje een grote 4x4, want we willen veel kampeertrips gaan maken naar de nationale parken en jullie komen natuurlijk allemaal op bezoek, dus we hebben veel plaats nodig. Straks gaan we weer een Landcruiser bekijken. 
Het eerste weekend, 28 en 29 januari, hebben we een auto gehuurd en zijn naar de bron van de Nijl en de Bujagali watervallen gereden, zo'n 100 km hier vandaan. Mooie rit door een mooi groen, heuvelig landschap. Het oorspronkelijke beginpunt van de Nijl was een waterval waar hij Lake Victoria uitstroomde, maar die waterval is verdwenen doordat er een dam is gebouwd voor een waterkrachtcentrale.

De startstreep van de Nijl: rechtsaf naar de Middellandse Zee
Heel Lake Victoria (het tweede grootste meer ter wereld) vormt nu eigenlijk het stuwmeer. Een kilometer of 10 verderop hebben we overnacht in een luxe tent (met badkamer) aan de oever van de rivier. Een schitterend uitzicht met recht voor ons kolkende stroomversnellingen en in de verte de Bujagali Falls: een smalle doorgang met een meter of vijf verval waar de rivier zich met geweld doorheenwringt. Je kunt er met een kayak of een raft doorheen als je durft, maar dan moet je toch een beetje lef hebben; ik heb er veel onder zien gaan en om zien slaan. Afrikaanse jongens flitsen er doorheen met alleen een plastic jerrycan om zich aan vast te houden.

Bujagali Falls
In de parken kun je al het Afrikaanse wild zien, maar Oeganda is vooral bekend vanwege de gorilla's en de vogels. De eerste ochtend dacht ik wat bijzonders te zien toen er een maraboe overvloog, maar even later zag ik er nog een, en nog twee, en nog twintig ...., het zijn de ratten van Kampala; ze leven van afval, zitten overal en schijten alles onder.
Kampala is een mooie stad, een rustig dorpje vergeleken met Dhaka. Groen en heuvelig, restaurants en bars, moderne winkelcentra, vrolijke mensen en lekker bier. We lopen nu elke avond naar het Garden City shopping centre, drinken daar eerst een pilsje op een terrasje met uitzicht over de golf course, lopen even door de supermarkt en wandelen weer met de boodschappen naar huis.

Na het werk: "shopping" in Garden City
Claudia is ook nog niet 100% gewend. Ze mist haar school en heeft ook nog geen vriendinnen, maar dat zal ook wel snel beter gaan. Ze gaat naar de International School of Uganda, zoiets als de American School in Dhaka, maar veel minder leerlingen en ook minder faciliteiten. Maar goed onderwijs en een goede sfeer geloof ik. De school ligt een stuk buiten de stad. Ze wordt 's ochtends om 7:25 u. met de bus opgehaald en wordt om 15:50 u. weer afgezet.
"No hurry in Africa" las ik laatst op een T-shirt, en het is inderdaad een relaxed leven hier, maar ze beginnen er wel vroeg mee. Als om 6 uur mijn wekker gaat is het nog hartstikke donker buiten, maar het leven is al volop aan de gang. 
Conclusie: alles even mooi hier, kom zelf maar eens kijken.

Dr Stockley

Kampala, 9 maart 2007

Dr Dick Stockley

Dr. Stockley, onze huisarts, is een beroemd man in Kampala. Iedereen kent hem en zijn praktijk, The Surgery. Het is een komiek. Hij heeft een heel droge, practische kijk op de medische wetenschap en als je bij hem op consult komt maakt hij je eerst aan het lachen en dan lijkt het allemaal al veel minder erg.

Toen Ruby onlangs bij hem kwam met puistjes op haar lichaam en gezicht zei hij: “Wat geeft dat? Je bent toch al getrouwd!” Tegen Tina, vrouw van een collega, die last had van een knie en daardoor niet kon joggen zei hij: “Waarom wil je joggen? Wil je eeuwig leven?”  En Claudia moedigde hij aan om altijd flink alcohol te drinken, anders zouden de mensen van de alcoholfabriek werkloos worden. Hij verzekerde haar ook dat hij elke week zijn sokken wast, of het nou nodig is of niet.

Ik geloof eigenlijk niet erg in huisartsen. Als ik zelf niet weet wat ik mankeer, weten zij het meestal ook niet en gaan maar wat experimenteren.

Maar ik had al een tijd regelmatig last van een stekende pijn aan mijn scheenbeen en ben toch maar eens naar The Surgery gegaan deze week. Stockley had een vrije dag en zijn collega Dr Ntaati bevestigde meteen al mijn vooroordelen: hij klopte wat en voelde wat en besloot toen maar mijn bloed te onderzoeken; dan was hij van me af. Morgenmiddag terugkomen voor de uitslag.

Maar de volgende dag was hij er niet en kwam ik bij Dr Stockley terecht.

“Wat is er aan de hand?”

"Hier voor op mijn been doet het af en toe verschrikkelijk pijn, net of iemand er een scherp, spits mes in ramt. Ik ben nu hier voor de uitslag van het bloedonderzoek."

"Welke idioot onderzoekt er nou bloed als je pijn aan je been hebt?"

"Tsja ........."

"Kom hier eens zitten, laat eens zien. Doet dit pijn?"

"Nee."

"En dit?"

"Ook niet."

"Zit het binnenin?"

"Nee, op de buitenkant van het bot."

"Ik weet al wat het is: neuralgia. Dat doet inderdaad erg pijn, het is beschreven als de ergste pijn die er is. Wees maar blij dat je het niet aan je kont hebt. Dat komt namelijk ook vaak voor en dan heet het "neuralgia analis". Het is tamelijk embarrassing als je in gezelschap ineens gaat gillen en naar je kont grijpt. Dan kun je het beter aan je been hebben.
Het komt ook voor op het gezicht. Het is een zenuw die pijn doet, maar de oorzaak zit op een heel andere plek. Bij de gezichtspijn zit de oorzaak in de hersenen. Bij jou zit het in de rug. Er zijn in Europa misschien wel knappe neurologen die je kunnen opereren, maar hier is er niet veel aan te doen. Doe maar elke ochtend wat rugoefeningen."

En daar kon ik het mee doen. “Wees maar blij dat je het niet aan je kont hebt.” Ik denk dat ik dat ook voortaan maar als standaard antwoord ga geven als iemand me zegt dat hij pijn heeft.

“Pappa, ik heb hoofdpijn!” “Wees maar blij dat je het niet aan je kont hebt.”

Ik heb het thuis opgezocht in Wikipedia en inderdaad: "The pain associated with TN is recognized as one of the most excruciating pains that can be experienced."