zondag 6 mei 2012

Back to Bangladesh 2009


Rangpur, december 2009

 
Reizen = lijden, afzien. Wachten, honderd keer in de rij staan, ergeren aan dringers en voorkruipers, jankende kinderen, jetlag, niet kunnen slapen, kapot. 21 Uur duurde de heenreis van deur tot deur, waarvan ruim twee na aankomst op het vliegveld in Dhaka. Eerst bij immigration, we stonden als tweede voor het loket, maar het lukte oom agent om ons toch nog 45 minuten in de rij te laten staan voor onze passen afgestempeld waren. Ik denk dat de laatsten er nu nog staan. Allerlei vage figuren komen aanzetten met handen vol paspoorten, passeren de hele rij, lopen door naar het loket, smoezen wat met de agent en mogen dan voor.

Maar in feite maakte het niets uit want toen we daar eindelijk doorheen waren duurde het nog vijf kwartier voor onze koffers arriveerden. Niets functioneert er in dit land, een ongeorganiseerde puinhoop is het. Van de simpelste klus weten ze nog een chaos te maken. Vijf kwartier aan de band gestaan. Niet zoals op Schiphol met 75 cm ruimte tot je buurman, nee het begrip comfort zone is onbekend in Bangladesh. Met andere woorden, ze staan tegen je aan te duwen en te stinken en opgewonden te schreeuwen. In een hete, zweterige hal, je hebt net een nacht gemist, je bent doodmoe en wilt  maar één ding: naar het hotel en slapen. De hel moet er ongeveer zó uitzien. En Dhaka is dan het vagevuur: heet, druk, chaotisch, vervuild, lawaaiig.

George Harrison zong in 1971 of zo: " ..... too many people in Bangladesh". Toen waren het er misschien 40 miljoen. Nu, bijna veertig jaar later staat de teller op 150 miljoen! In een land met een oppervlakte van 3x Nederland. En die moeten allemaal wonen en werken, eten en drinken en pissen en schijten. Onbegonnen werk.
Toch gaat het economisch vooruit. Op het platteland verandert niets, dat blijft armoe, overleven op een euro per dag per gezin, of minder, maar in Dhaka zie je tegenwoordig volop moderne hotels, supermarkets, restaurants en shopping malls en er is een middenklasse die zich kan veroorloven om daar geld uit te geven.

De volgende dag met een huurauto naar Rangpur. Als je eenmaal die stinkstad uit bent dan ziet het er allemaal wel pittoresque uit. Er hangt een lichte winternevel over het land en de zon schijnt maar op halve kracht. Het is 25 graden, windstil. De rijst is pas geoogst en de meeste velden zijn leeg en bruin, met hier en daar een fel-geel veld met mustard seed (zoiets als ons lijnzaad) en frisgroene veldjes met zaairijst, waarmee de velden binnenkort weer volgepoot zullen worden.
Je ziet chattals (ricemills), fishponds, bananenbosjes, boeren die met 2 koeien hun veld omploegen. Je komt door dorpjes die er allemaal hetzelfde uitzien met hun gore, gammele winkeltjes, werkplaatsjes en restaurantjes.


Wat een schoft van een chauffeur hadden we twee jaar geleden, en wat een aardige jongen was dit, Abdu Musa. 350 km is het, een uur of vijf schatte ik, maar het werden er zeven omdat er ongeveer een miljoen vrachtwagens met 30-40 km/u over de weg kropen die we allemaal moesten inhalen. De laatste 50 km was het donker. Spannend met al die onverlichte ricksha's op de weg die je pas op het allerlaatste moment ziet en met een plotselinge ruk aan het stuur moet zien te ontwijken.

Theepauze voor Musa
Innig weerzien met pa, ma en drie zussen. De andere zus woont in Dhaka en die hadden we daar al gezien. De vijfde, broer Sanjoy, was er niet. De zussen hebben het niet erg getroffen met hun lelijke, lompe echtgenoten, maar Sanjoy heeft de hoofdprijs: een hysterische boze heks. Knettergek. En het leek zo'n lief meisje toen ze trouwden.
Het is vijftien jaar geleden sinds ik voor het eerst het huis binnenstapte. Toen was het alleen begane grond, maar intussen heben wij er een verdieping bovenop gebouwd. Het is ongeveer klaar, alleen nog een waterboiler installeren voor de warme douche. Op dit moment gaat dat nog met een emmertje water, op een houtvuurtje warm gemaakt.
Pa heeft zijn best gedaan en over smaak valt niet te twisten zeggen ze, maar over de esthetische waarde van die roze bloemetjestegels in de keuken zou ik toch nog wel even een discussie willen voeren. En dan heb ik het nog niet eens over die lampen aan de muur, met die plastic zonnebloemdecoratie.
Maar het is een mooi, comfortabel appartement geworden: twee slaapkamers, zitkamer, eetkamer, keuken, badkamer, opslag, balkons voor en achter, een vaste trap naar het platte dak en het mooiste: een half overdekt terras van 30m2. En de hele bouw kostte: 3.500 euro!
 
Dat gaat hier wat anders dan in Europa. Je koopt een stapel bakstenen en wat cement en zand en huurt een metselaar die voor één euro per dag  de muren bouwt. En een timmerman zaagt en schaaft en beitelt voor een paar cent van een paar boomstammen je ramen, luiken, deuren, muurkasten en keukenkastjes in elkaar.
 
Nachtrust is wel kostbaar in dit land, dwz er is geen enkel respect voor iemand's behoefte aan slaap. De nachtbussen racen door dorpen en steden en toeteren iedereen wakker, de nachtwacht (een andere, niet die van Rembrandt) houdt hier 's nachts de hele buurt wakker door elke vijf minuten snerpend te fluiten. Maar behalve mij en de inbrekers schijnt dat niemand te storen.
 
Ik heb alles bij elkaar een jaar of zeven in dit land gewoond, maar ik moet bekennen dat ik de taal niet beheers. Ik kan tot tien tellen en ik ken wat losse woorden, maar zinnen maken kan ik niet. En omdat de meesten hier geen Engels spreken zit ik er meestal voor spek en bonen bij. Ik kan zeggen "onek moscha" (veel muggen) en "ami janni na" (ik weet 't niet), en één hele zin: "ami toemake koetkoeti dibo", wat betekent: "ik zal je eens even kietelen". Maar ja, met die woordenschat zijn de communicatiemogelijkheden toch vrij beperkt. Hoe vaak kun je dat zeggen? En tegen wie?
Het maakt altijd wel veel indruk als Ruby vertelt dat ik zo ongeveer met eigen handen de Jamuna brug en de Mohakhali Flyover gebouwd heb. Dat zijn nationale monumenten die iedereen kent en waar de kinderen op school over leren.

24 December met schoonbroer Shubash en een paar van zijn collega's van Practical Action een paar projecten bezocht. Zij werken vooral met arme sloebers die door rivier-erosie hun land en dus hun bron van inkomsten zijn kwijtgeraakt. Ze krijgen training in allerlei "income generating activities", o.a. kleren maken, food processing, schapen houden en pompoenen verbouwen in de rivierbedding tijdens de droge periode. En dat alles in het aller-ruralste van rural Bangladesh, in dorpjes waar je met een auto niet kunt komen. Waar geen TV, radio, internet is, geen kranten, geen post, geen bankafschriften, geen rekeningen. Een verademing. Voor één dag tenminste.
Je moet ze zien om te geloven, de oudere vrouwtjes die daar rondscharrelen: broodmager, misschien 1.40 m groot en 30 kilo zwaar. Hun hele leven geen fatsoenlijke maaltijd gehad.

Pompoenen in de droge Teestabedding

Heel erg rural Bangladesh
Wij wel, we hebben geluncht in een restaurant in Gaibandha. Bij het binnenlopen bestel je aan de kassa, je gaat aan tafel zitten en 3,8 seconden later wordt de warme hap al voor je neergekwakt. Het eten is goed (lekker gekruide biryani rijst met stukken kip) en de bediening snel, maar de ambiance is minder positief: geschreeuw, gegil, gesnotter en gerochel, alles nog overstemd door een snerpende TV. Bestek bestaat niet, evenmin als tafelmanieren.

 
25 December: knallende koppijn. Gevolg van vier slapeloze nachten. En die zijn weer het gevolg van de jetlag van drie uur. En van de herrie 's nachts. Iemand heeft tot een uur of 3 tot allah lopen bidden. Moet hij zelf weten natuurlijk, maar waarom met een microfoon en luidspreker? Idioot.
 
Ruby heeft sushi's gemaakt voor de familie. Het gereedschap en de ingredienten speciaal uit NL en Oeganda meegebracht. Maar kijk eens: ze lusten ze niet. Ik wist het tevoren: de rijst smaakt anders dan ze gewend zijn en wat de boer niet kent vreet hij niet. Zelfs de straathond die hier elke dag op de afvalhoop komt lunchen ruikt er eens aan, trekt een vies gezicht en loopt door. Zalmsushi's!!!

Mela
's Middags naar de Mela geweest, de Trade Fair: eten en drinken en twee hectare van de ergste plastic kitsch van de wereld. Een gebrek aan smaak kun je ze niet ontzeggen.
Wel een leuke tekst  gezien op de trui van een klein jongetje: "just hand me the cookies and nobody will get hurt".

Gekrioel in Rangpur

Er zijn weinig auto's in Rangpur, hét transportmiddel is de ricksha. En daarin heeft een innovatieve vernieuwing  plaatsgevonden: ricksha's met electromotor; geruis- en stankloos. 'n Paar honderd schat ik, 'n druppel in de zee van tienduizenden ouderwetse, door menskracht voortbewogen ricksha's. Die zijn goedkoper, maar minder snel. Maar op het gerochel en de zweetlucht van de ricksha walla na, ook geruis- en stankloos.

 
Het weer in Rangpur valt mee. Niet zo koud als twee jaar geleden, maar we lopen toch te hoesten en snotteren en dragen dikke truien en shawls.
 
28 December een paar huisbezoeken afgelegd. Eerst bij Ashu. Die woont met zijn familie, 20 man of zo, in een paar simpele hutjes van leem, bamboe en golfplaten. Hij is een half jaar geleden getrouwd. Waar is je vrouw, mogen we die eens bewonderen? Dat mocht, maar het duurde even want eerst moest ze mooi aangekleed worden en opgemaakt. Uit Lalmonirhat kwam ze, een kind nog, 14 - 15 jaar oud. Andere Länder, andere Sitten.


Ashu met zijn nieuwe echtgenote
Daarna naar Lovely, Ruby's jeugdvriendin. Lovely,  Beauty en Sweety zijn veel voorkomende namen. Soms zijn ze toepasselijk; soms niet. Deze Lovely is een aardige meid en zo te zien verdiende ze haar naam wel toen ze 20 jaar jonger was. Nu niet meer.
En ze heeft pech in de liefde. Haar huwelijksnacht moet meer weg hebben gehad van een horrorfilm dan van een gepassioneerd liefdesavontuur want ze kwam tot de ontdekking dat haar man geen man was, maar een hermafrodiet. Een halve man. Kan zo maar gebeuren als je pa je echtgenoot uitzoekt en je met een totaal onbekende trouwt.

Gastvrouwtjes bij de muziekschool

 
Privacy bestaat niet in Bangladesh, iedereen weet alles van iedereen en de hele buurt is van alle details op de hoogte inclusief de operaties die de echtgenoot sindsdien heeft ondergaan om bepaalde onderdelen te vervangen. Nog niet met het gewenste resultaat blijkbaar, want kinderen heeft ze niet.
 
30 december terug naar Dhaka. Ruby's pa is een emotionele man. Hij moet altijd huilen als hij zijn dochter weer ziet vertrekken. De terugreis duurde 8 uur, inclusief de lunch in Aristocrat, waar ik een diarree heb opgelopen van heb-ik-jou-daar!
 
Een bijzondere oud/nieuw proces dit keer: om één minut voor twaalf werd de klok een uur teruggezet. Ongeveer op dat moment voelde ik me zó ziek en misselijk dat ik wou dat ik dood was. Een prachtig begin van het nieuwe jaar dus. Gelukkig duurde die misselijkheid niet al te lang, maar nieuwjaarsdag heb ik toch in bed doorgebracht met om de vijf minuten een sprint naar de badkamer.
 
2 Januari voelde ik me wat beter. Nog wat oude en nieuwe bekenden ontmoet, o.a. een beroemde held uit de vrijheidsoorlog die me zijn nieuwe boek cadeau deed (For Mr Paul, a man I always admired). Daarna met de knapste, dwz de mooiste professor van de hele wereld (een Cambodjaans-Franse met  een PhD in Political Science) de Bangladeshi toestand besproken. Ik heb haar drie (van vele) oorzaken genoemd waarom de politiek niet functioneert in dit land:
1) Het begrip compromis bestaat niet; je hebt alleen winnaars en verliezers en in de politiek betekent dat dat de oppositie het parlement boycot en dmv rellen en stakingen probeert de economie te ontwrichten en de regering ten val te brengen.
2) Men is niet geïnteresseerd in het oplossen van problemen, alleen in het aanwijzen van schuldigen.
3) Men kan niet samenwerken op gelijk niveau. Het functioneert alleen als er één de baas is die de rest commandeert. Als de gezagssituatie onduidelijk is gebeurt er helemaal niets.

Lekkere meid die professor. (De linkse natuurlijk. Rechts is mijn vriend Gerard.)
Om 5 uur naar het vliegveld. Ruim de tijd genomen want het duurt altijd allemaal lang daar. Altijd, behalve nu. Nog nooit zo snel door security, inchecken, immigration gekomen en omdat het vliegtuig twee uur vertraging had hebben we vijf uur ziten wachten.
 
Twee bekenden op de vlucht van Dubai naar Entebbe: de Indiase managing director van een groot aannemersbedrijf en een ingenieur van de Oegandese Road Authority met z'n drie kinderen. En ik dus, van de organisatie die de Road Authority van het arme Oeganda financieel ondersteunt.  Eén van ons drieën reisde business class, kun je raden wie? Juist de ingenieur uit het arme ontwikkelingsland!!! Ze waren drie dagen gaan relaxen en shoppen in Dubai.
Iets klopt hier niet voor mijn gevoel. Van z'n salaris kan hij dat niet betalen. Waar dan wel van?
 
De terugreis duurde 26 uur van deur tot deur. In Entebbe stonden we een half uur na de landing al buiten.
 
En de prijs voor de grootste lomperd van de hele reis was dit keer eens niet voor een Bangladeshi kandidaat, maar die werd eerlijk verdiend door een lelijke, vette, stinkende, strontvervelende Amerikaan.




zondag 29 april 2012

Prinsessebedje


Dhaka, 26 mei 2005

Ben weer even ziek geweest, maar intussen ben ik weer voor de volle 80% OK. Of het door het water komt, of de lucht, ik weet het niet, maar echt lekker fit voel ik me hier nooit.

Gisteren een aanrijding gehad met een riksja. Die ricksjapullers komen rechtstreeks uit de rimboe, hadden voor ze naar Dhaka kwamen nog nooit een auto gezien. Ongeleide projectielen, loose canons waar je alles van kunt verwachten wat je niet kunt verwachten. Hij reed helemaal rechts, wat in Holland OK is, maar hier niet, en besloot maar naar zijn eigen weghelft terug te gaan op het moment dat ik hem aan het ontwijken was. Doing-doing, wat blikschade aan mijn auto; hij had helaas niets, alleen een paar boze passagiers die bij mij verhaal kwamen halen, maar schrokken van mijn boze reactie en terugvluchtten hun riksja in.

Claudia is het liefste en gemakkelijkste kind van de wereld, maar ze heeft één probleem: bang om alleen te slapen. Een onoplosbaar probleem, alles geprobeerd, niets gelukt en dus sliepen we tot voor kort met zijn drieën in één bed. Geen probleem met drie dunne sprietjes. Nou OK dan, twee dunne sprietjes en een dikke.


Ruby is daarentegen niet de makkelijkste van de wereld. Een van haar problemen is dat ze altijd leuke dingen ziet bij anderen en, dat voel je al aankomen, die dan zelf ook wil hebben. Haar recentste ontdekking was het bedje van een van Claudia's vriendinnetjes, speciaal ontworpen en gemaakt door een timmerman, met het hoofd- en voeteneind in de vorm van een kroon, een echt prinsessebedje. En dat bed moest en zou er voor Claudia ook komen, want alleen het beste is goed genoeg voor ons oogappeltje. Ik stribbelde nog even tegen door te vragen of Claudia daar dan ook wel echt in zou willen slapen, maar dat was natuurlijk flauw gezeur van me. Dus: de timmerman gebeld en een week later kwam het aan: een mooi lichtblauw prinsessebedje met gouden bolletjes op de kroon. Wat prachtig, wat stond dat mooi op Claudia's kamer en wat waren de meisjes er blij mee. Weg met dat oude bed, terug naar de meubelopslag.

Het prinsessebedje

Maar toen kwam de avond en de vraag: waar slaapt Claudia? In het nieuwe bed natuurlijk en pappa en mamma op hun eigen kamer samen in hun eigen twijfelaar van 1.50 m. breed Maar niet lang, want zogauw pappa sliep kwam Claudia aangetrippeld en kroop lekker tegen mamma aan. De volgende avond: met eerst prijzen (je bent al zo'n grote flinke meid) en toen dreigen (ik sluit je op, ik verkoop het bed weer) weer gelukt om ze in het nieuwe bed te krijgen; tot ik weer sliep en zij weer gezellig aansloot.
En ik, die dat bed helemaal niet gewild had, kon nu elke avond eerst het gevecht aan met Claudia en kon vervolgens niet fatsoenlijk slapen wegens plaatsgebrek. Na een paar dagen waren we alledrie uitgeput wegens tekort aan slaap.

Dat was ik dus zat, en wie kan er raden hoe dit voorlopig afgelopen is? Juist: mamma en Claudia slapen nu gezellig samen in de twijfelaar en yours truly in het hemelsblauwe kinderbedje.

Wordt vervolgd.



Armoe


Dhaka, 16 juni 2005

Miljoenen mensen moeten elke dag weer ploeteren voor een handjevol rijst. De dagloners op de bouw b.v., die tien uur lang bakstenen of emmers beton op hun hoofd omhoog moeten sjouwen voor een euro. Of de voddenboer die ik net zag ploeteren. Het is 16 juni, het regent, alles is modderig en grauw. Ik stond in de file en zag een man met zijn zoontje van een jaar of acht, allebei vodden aan hun lijf, een kar met afval door de modder duwen. Niet dat de mensen hier veel waardevols weggooien, maar uit de stinkende hopen huisafval die hier en daar langs de straat liggen, scharrelen ze toch nog wat troep, papier, plastic, blik, bijelkaar om te verkopen. De man, de jongen, de kar, alles even goor en grauw en smerig, zwetend in de zompige hitte, wringende, toeterende auto's die millimeters langs hen heen scheuren, de hel moet er zo ongeveer uitzien. Geen topbaan.

Toen onze file even later wat opschoof zag ik de schatzoekers weer: wiel afgebroken, hun karretje in elkaar gestort, hun handel midden in een grote plas water. En de twee proberend hun schatten op het droge te brengen.

Wat een ellende. Wat moet je in je vorige leven misdaan hebben om zo te moeten leven? En wat zouden ze zo ophalen? 50 cent per dag?


Ik heb hier in Dhaka al duizenden arme sloebers gezien, bedelend, tussen afval graaiend, miserabel, mager, ziek, blind, mismaakt, gewond, geen armen, geen benen en ik ben niet gauw onder de indruk. Maar vorige week zag ik vlak bij ons kantoor in het voorbijrijden een vrouw op een vuilnishoop zitten, een vieze gore stinkende hoop huis- en tuinafval waar de ratten en kakkerlakken nog met een boog omheen lopen. En die vrouw, voor in de twintig schat ik, gekleed in gore lappen, zat boven op die stinkende hoop te ETEN!!!!
Ze graaide tussen de troep en ik weet niet wat ze daar voor lekkers vond, maar ze stak steeds stukjes in haar mond en kauwde er op alsof het toastje met kaviaar waren. Ze zag er goed doorvoed uit. Toen ik een half uur later weer langs kwam zat ze er nog. Aan het dessert waarschijnlijk.



Maid-crisis

Dhaka, 10 augustus 2005

We zijn weer in Dhaka en bij terugkeer zaten we weer meteen in een maid-crisis. Dat wordt intussen bijna traditie. Priti, onze maid van de laatste tijd, heeft ruzie gekregen met Santa, die op het huis paste en het konijn, de schildpadden en de vissen voerde, en is er vandoor gegaan. Maar geen nood: meester Freek, de bovenmeester van de Nederlandse school is in juni voorgoed uit Dhaka vertrokken en Poorno, zijn kok, was werkloos en stond al te trappelen om het over te nemen. Meester Freek had hem een prima getuigschrift gegeven: eerlijk, hardwerkend, betrouwbaar en een fantastische kok.
Nou, dat valt tegen kan ik jullie zeggen: weinig variatie, nog minder smaak, wel altijd veel zout. Onze kakkerlakken zijn dat niet gewend en lopen er met een grote boog omheen. En hij gaat me een beetje op de zenuwen. Hij noemt me steeds "brother", staat naast me te kijken als ik begin te eten en vraagt dan heel blij: "lekker?". Dan zou ik hem graag die pan met zoute troep over zijn kop omdraaien, maar het is een goeiige jongen, dus ik houd me maar in.

Freek en Mina waren zeer bijbels, daar zal dat ge-brother wel vandaan komen. Mina is Bangladeshi en ze zijn al 28 jaar getrouwd. Er zat hier nog een Nederlands/Bangladeshi stel dat al 28 jaar getrouwd was; ook in mei-juni vertrokken. Ik dacht altijd dat ik de eerste was die dat avontuur aandurfde.

Verder weinig te melden: nieuw project, nieuwe auto, een Toyota Landcruiser waarmee ik het komende jaar door het hele land moet gaan reizen.

Tot ...?

Naar Afrika


Kampala, 12 februari 2006 

We zijn intussen al drie weken in Oeganda en jullie zitten vast te branden van verlangen om te horen hoe het hier is. 
Prima: mooi land, mooie stad, vrolijke mensen, en op kantoor: interessant werk, leuke sfeer, aardige collega's. Ik ben ineens diplomaat en ben bv observator bij de verkiezingen op 23 februari. Maar het normale werk is het begeleiden van wegenbouwprojecten, vanaf de identificatie t/m de uitvoering.
Wat een opluchting toen we Afrika binnenvlogen in een vliegtuig vol vrolijke Afrikanen, ik had ze allemaal kunnen knuffelen. Ruby heeft nog niet helemaal haar draai gevonden hier en mist haar vriendinnen en haar tennisbaan in Dhaka. Maar dat zal allemaal wel bijdraaien als we ons eenmaal gesettled hebben en een tennisbaan hebben gevonden etc.
We wonen voorlopig even in een gemeubileerd appartement op loopafstand van mijn kantoor, maar we zijn druk op zoek naar een huis. Mooie huizen hier, met grote tuinen, maar niet goedkoop: 2.000 dollar/maand is nog niks. Ik had mijn keuze eigenlijk al gemaakt, maar Ruby is het er niet mee eens en die moet er de hele dag doorbrengen, dus we zoeken verder. Maar nog meer haast heb ik met een auto, een beetje een grote 4x4, want we willen veel kampeertrips gaan maken naar de nationale parken en jullie komen natuurlijk allemaal op bezoek, dus we hebben veel plaats nodig. Straks gaan we weer een Landcruiser bekijken. 
Het eerste weekend, 28 en 29 januari, hebben we een auto gehuurd en zijn naar de bron van de Nijl en de Bujagali watervallen gereden, zo'n 100 km hier vandaan. Mooie rit door een mooi groen, heuvelig landschap. Het oorspronkelijke beginpunt van de Nijl was een waterval waar hij Lake Victoria uitstroomde, maar die waterval is verdwenen doordat er een dam is gebouwd voor een waterkrachtcentrale.

De startstreep van de Nijl: rechtsaf naar de Middellandse Zee
Heel Lake Victoria (het tweede grootste meer ter wereld) vormt nu eigenlijk het stuwmeer. Een kilometer of 10 verderop hebben we overnacht in een luxe tent (met badkamer) aan de oever van de rivier. Een schitterend uitzicht met recht voor ons kolkende stroomversnellingen en in de verte de Bujagali Falls: een smalle doorgang met een meter of vijf verval waar de rivier zich met geweld doorheenwringt. Je kunt er met een kayak of een raft doorheen als je durft, maar dan moet je toch een beetje lef hebben; ik heb er veel onder zien gaan en om zien slaan. Afrikaanse jongens flitsen er doorheen met alleen een plastic jerrycan om zich aan vast te houden.

Bujagali Falls
In de parken kun je al het Afrikaanse wild zien, maar Oeganda is vooral bekend vanwege de gorilla's en de vogels. De eerste ochtend dacht ik wat bijzonders te zien toen er een maraboe overvloog, maar even later zag ik er nog een, en nog twee, en nog twintig ...., het zijn de ratten van Kampala; ze leven van afval, zitten overal en schijten alles onder.
Kampala is een mooie stad, een rustig dorpje vergeleken met Dhaka. Groen en heuvelig, restaurants en bars, moderne winkelcentra, vrolijke mensen en lekker bier. We lopen nu elke avond naar het Garden City shopping centre, drinken daar eerst een pilsje op een terrasje met uitzicht over de golf course, lopen even door de supermarkt en wandelen weer met de boodschappen naar huis.

Na het werk: "shopping" in Garden City
Claudia is ook nog niet 100% gewend. Ze mist haar school en heeft ook nog geen vriendinnen, maar dat zal ook wel snel beter gaan. Ze gaat naar de International School of Uganda, zoiets als de American School in Dhaka, maar veel minder leerlingen en ook minder faciliteiten. Maar goed onderwijs en een goede sfeer geloof ik. De school ligt een stuk buiten de stad. Ze wordt 's ochtends om 7:25 u. met de bus opgehaald en wordt om 15:50 u. weer afgezet.
"No hurry in Africa" las ik laatst op een T-shirt, en het is inderdaad een relaxed leven hier, maar ze beginnen er wel vroeg mee. Als om 6 uur mijn wekker gaat is het nog hartstikke donker buiten, maar het leven is al volop aan de gang. 
Conclusie: alles even mooi hier, kom zelf maar eens kijken.

Dr Stockley

Kampala, 9 maart 2007

Dr Dick Stockley

Dr. Stockley, onze huisarts, is een beroemd man in Kampala. Iedereen kent hem en zijn praktijk, The Surgery. Het is een komiek. Hij heeft een heel droge, practische kijk op de medische wetenschap en als je bij hem op consult komt maakt hij je eerst aan het lachen en dan lijkt het allemaal al veel minder erg.

Toen Ruby onlangs bij hem kwam met puistjes op haar lichaam en gezicht zei hij: “Wat geeft dat? Je bent toch al getrouwd!” Tegen Tina, vrouw van een collega, die last had van een knie en daardoor niet kon joggen zei hij: “Waarom wil je joggen? Wil je eeuwig leven?”  En Claudia moedigde hij aan om altijd flink alcohol te drinken, anders zouden de mensen van de alcoholfabriek werkloos worden. Hij verzekerde haar ook dat hij elke week zijn sokken wast, of het nou nodig is of niet.

Ik geloof eigenlijk niet erg in huisartsen. Als ik zelf niet weet wat ik mankeer, weten zij het meestal ook niet en gaan maar wat experimenteren.

Maar ik had al een tijd regelmatig last van een stekende pijn aan mijn scheenbeen en ben toch maar eens naar The Surgery gegaan deze week. Stockley had een vrije dag en zijn collega Dr Ntaati bevestigde meteen al mijn vooroordelen: hij klopte wat en voelde wat en besloot toen maar mijn bloed te onderzoeken; dan was hij van me af. Morgenmiddag terugkomen voor de uitslag.

Maar de volgende dag was hij er niet en kwam ik bij Dr Stockley terecht.

“Wat is er aan de hand?”

"Hier voor op mijn been doet het af en toe verschrikkelijk pijn, net of iemand er een scherp, spits mes in ramt. Ik ben nu hier voor de uitslag van het bloedonderzoek."

"Welke idioot onderzoekt er nou bloed als je pijn aan je been hebt?"

"Tsja ........."

"Kom hier eens zitten, laat eens zien. Doet dit pijn?"

"Nee."

"En dit?"

"Ook niet."

"Zit het binnenin?"

"Nee, op de buitenkant van het bot."

"Ik weet al wat het is: neuralgia. Dat doet inderdaad erg pijn, het is beschreven als de ergste pijn die er is. Wees maar blij dat je het niet aan je kont hebt. Dat komt namelijk ook vaak voor en dan heet het "neuralgia analis". Het is tamelijk embarrassing als je in gezelschap ineens gaat gillen en naar je kont grijpt. Dan kun je het beter aan je been hebben.
Het komt ook voor op het gezicht. Het is een zenuw die pijn doet, maar de oorzaak zit op een heel andere plek. Bij de gezichtspijn zit de oorzaak in de hersenen. Bij jou zit het in de rug. Er zijn in Europa misschien wel knappe neurologen die je kunnen opereren, maar hier is er niet veel aan te doen. Doe maar elke ochtend wat rugoefeningen."

En daar kon ik het mee doen. “Wees maar blij dat je het niet aan je kont hebt.” Ik denk dat ik dat ook voortaan maar als standaard antwoord ga geven als iemand me zegt dat hij pijn heeft.

“Pappa, ik heb hoofdpijn!” “Wees maar blij dat je het niet aan je kont hebt.”

Ik heb het thuis opgezocht in Wikipedia en inderdaad: "The pain associated with TN is recognized as one of the most excruciating pains that can be experienced."

dinsdag 24 april 2012

Hoog en droog in Mpumalanga - Natte voeten in Mozambique


Hoog en droog in Mpumalanga - Natte voeten in Mozambique


Zuid Afrika, daar moet het ook mooi zijn, laten we daar eens gaan kijken. Het was 14 februari 1999 toen we in Beira Mozambique in de auto stapten en via Zimbabwe naar Zuid Afrika reden. Bij Beitbridge kwamen we het land binnen. De Limpopo vormt daar de grens. De eerste plaats die je tegenkomt heet Messina. Dat klinkt niet erg Boers. Zitten we wel in het goede land?

Noord Transvaal heet dit gebied volgens mijn kaart maar Mandela heeft het omgedoopt in "Noordelike Provinsie". En Oost Transvaal, waar wij de meeste tijd doorgebracht hebben heet nu "Mpumalanga".

Mooi, ruim, groen, gezond, schoon Boerenland. Veel Hollandse namen en ze praten allemaal Afrikaans daar, inclusief de zwarten. Als je het leest is het makkelijk, maar het is moeilijk te verstaan en ze verstaan mijn Nederlands ook niet. Daarom toch maar meestal Engels gesproken. De woorden zijn vaak wel van Nederlandse afkomst: "paaie" zijn "wegen" en "rat" is versnelling. Geen poespas, geen u maar jy, geen voor- en achtervoegsels en verbuigingen en de "g" en "v" in bv hoger en over zijn verdwenen. Hoër en oër dus en een vogel is een voël. Vinnig is snel en stadig is langzaam. "Vir die vinnige doodmaak" stond er op een insektenspuitbus. Het klinkt zwaar en stijf, geen mooie taal maar het past goed bij ze.
Ze zien er uit zoals ze praten: stevige jongens en meisjes, flink uit de kluiten gewassen en gemiddeld wel een kilootje of twintig, dertig, veertig te zwaar. Ze houden van hun braai (BBQ) met een kratje bier erbij, dat is ze goed aan te zien.

Maar wel vriendelijk en gastvrij, en goeie boeren zijn het ook: overal prachtig fruit, groenten, kaas, vlees en alles voor een prikje. Het leven is goedkoop, minder dan de helft van NL. En ze wonen allemaal (de blanken uiteraard) in mooie huizen met grote tuinen en zwembaden in mooie park-achtige wijken.
Het enige probleem is de criminaliteit. Daarom heb ik even nog maar geen huis gekocht. Voor ƒ100.000 heb je een kasteel met een paar hectare grond, maar ik wacht nog maar even hoe het zich hier ontwikkelt.

De eerste week hebben we in de Drakensbergen doorgebracht en alle folder-attracties bezocht, de canyons, watervallen, spectaculaire uitzichten, oude goudzoekersstadjes en zo. Plaatsen als Tzaneen, Witrivier, Zandrivier, Pilgrim’s Rest. Ik zou daar graag eens met een rugzak rondhiken, maar met een baby is het voorlopig nog even autorijden en overnachten in hotels met warme badjes.
Mooie stadjes met leuke restaurants, hotels, lodges, inns, cottages, guesthouses, winkels. Veel Europese toeristen overal. Als je niet af en toe een palm zag staan zou je je ook in de Vogezen kunnen wanen, maar met veel meer ruimte en veel schonere lucht en water. Geen zure regen, de dennebossen staan er fris en gezond bij.

Vrijdag - zaterdag hebben we gewinkeld in Nelspruit en behalve kleren en speelgoed eindelijk het diamantje gekocht dat ik R. al sinds C.'s geboorte beloofd had, een mooi hangertje aan een gouden kettinkje en omdat ze er zo lang op heeft moeten wachten (maar meer nog omdat de prijs erg meeviel) maar meteen twee diamanten oorknopjes erbij.

Maandag zijn we het Krugerpark ingetrokken, het hoofddoel van de reis. We hebben niet eens veel wild gezien (het gras was te hoog en er was overal water zodat de dieren niet elke avond naar de drinkplaatsen hoefden te forenzen) maar het gevoel om in de ongerepte natuur te zijn is erg relaxend. We stonden elke ochtend om vijf uur op om de eerste game drive te maken. Normaal krijg je me er dan met geen paard uit maar daar sprongen we fluitend het bed uit en de auto in op zoek naar de leeuwen die R. graag wilde zien. Die hebben we niet gevonden, maar wel olifanten, giraffen, buffels, neushoorns, kudu's, hyena's, hippo's, impala's en ...... mijn eerste leopard. Hij stak net voor ons de weg over, ving iets in de berm, bleef daar liggen en wat rondlopen en dat hebben we minstens tien minuten lang van dichtbij kunnen zien. Tot een idioot die bij ons was komen staan zijn auto startte. Weg leopard.
Op donderdag 25 februari weer naar huis toe. Dat dachten we tenminste maar toen begon er van alles fout te gaan. Het begon er mee dat ik een hoop kleren in onze lodge liet liggen. Een paar uur later op het parkeerterrein bij de grens met Mozambique, een terrein van minstens twee hectare groot met ergens in het midden één klein lullig boompje, lukte het mij om met de achterkant tegen dat irritante boompje aan te rijden dat zich in de dode hoek verstopt had: deukje en een achterlicht aan barrels.

Verder bereikten we die dag zonder ongelukken Xai-Xai aan de kust in het zuiden van Mozambique. We wilden namelijk na ruim een jaar in dit land wel eens wat meer zien dan de weg naar Mutare en waren van plan om langs de kust omhoog naar huis te rijden, pakweg 1500 km. Sommigen doen het in een dag, maar wij waren van plan er drie dagen over te doen. Het werden er uiteindelijk tien.

Op vrijdag wilden we van Xai-Xai naar Vilanculos maar na een kleine 200 km kwamen we voor een weggespoelde brug over de Limpopo te staan en de bouw van een noodbrug zou nog wel een paar weken duren. Andere wegen zijn er niet, hotels evenmin en er zat niks anders op: terug naar Xai-Xai. Onderweg een lekke band, auto opgekrikt, wielmoeren los, smerig, zweten, maar wat ik ook deed, het wiel kwam er niet af. Is met behulp van een vriendelijke en sterke jongeman tenslotte toch gelukt.

Terug in Xai-Xai via de enige telefoon van de stad met de Nederlandse ambassade in Maputo gebeld om een nieuw ZA visum voor R. te regelen om dan samen via ZA en Zimbabwe terug naar huis te rijden. Of, als dat niet lukte met het visum, als alternatief R. en C. te laten vliegen en alleen te rijden. Dat lukte allebei niet, alle vluchten zaten vol en visum kon pas op maandag. Volgens de ambassade zou de brug snel klaar zijn en zij adviseerden me om daar in Xai-Xai op te wachten. Band laten plakken en maar terug naar hetzelfde vervelende hotel aan het strand waar we de nacht daarvoor geen oog dicht hadden gedaan vanwege de hitte en de disco die de hele nacht doorbonkte.

De kamer kostte $ 50 per nacht. Water, stroom, A/C, niets werkte. Voor dat geld krijg je in ZA een drie sterren hotel. Mooi was het er wel: wit strand,  stralend blauw/groen water en bij eb kun je naar het rif lopen en mooi gekleurde visjes zien zwemmen in de poeletjes en gaten.

De telefoon in Xai-Xai was 15 km van ons hotel en in het weekend gesloten. Informatie over de brug en over de weg verderop was niet te krijgen. Ik dacht dat ik het beste bij de tankstations kon vragen en toen die zaterdagmiddag zeiden dat de noodbrug nog lang niet klaar was, besloten we om de volgende morgen naar Maputo te reizen.
Maputo was maar 200 km dus we vertrokken laat en maakten ons geen zorgen over water en het feit dat we weinig (Mozambikaans) geld hadden. De de dag daarvoor geplakte band was weer lek en daar moesten we eerst even mee terug. Terwijl we daar wachtten, vertelde een Zuid Afrikaan me dat de brug weer open was. En ondanks dat we eigenlijk te weinig geld en water hadden (banken en winkels waren dicht op zondag) waagde ik het er toch maar op de andere kant op te rijden, ca 500 km naar Vilanculos. Dat is een toeristenplaats en daar kon ik zeker wisselen en water etc. kopen. Dus voor de derde keer de 200 km naar de brug en inderdaad, er was een stalen noodbrug gelegd en we konden eindelijk naar huis.
Wij hadden in ZA geen regen gehad, maar in Mozambique moest het flink geregend hebben want op diverse plaatsen waren wegen weggespoeld. Maar meestal was het provisorisch gemaakt en met onze Nissan Patrol ploegden we er makkelijk doorheen. De volgende stad was Maxixe met een mooi uitzicht over de baai naar Inhambane. Mooie zee, prachtige stranden, maar geen tijd om er van te genieten. Even stoppen, kijken, mooi vinden en doorrijden.

Mozambique is leeg, 3000 km van N naar Z en er wonen maar 18 miljoen mensen. Tussen de grotere plaatsen in zie je onderweg misschien om de tien km een paar strooien hutjes en verder bush, savanne zover het oog reikt. Geen mens, geen dorp, geen huis, winkel, restaurant, telefoon, tankstation, heel af en toe een andere auto.
Alles ging prima, tot zo'n 200 km na Maxixe en misschien 30 km van Vilanculos af. Daar begon hier en daar water over de weg te stromen, een paar cm eerst maar even later stond het een halve meter hoog. Dat was nog geen probleem maar ik begon me toch zorgen te maken over verderop. Terwijl ik daar nog mee bezig was, met zorgen maken, kwam ons een auto tegemoet met een blanke aan het stuur en ik hoefde niet eens te vragen hoe het was. Ik zag meteen aan de bleke kleur om zijn neus dat we beter konden omkeren. Hij moest dringend naar huis in ZA en was een paar km verderop voor $25 door een stel inboorlingen door een anderhalve meter diepe stroom geduwd. Dat was gelukt, maar zijn auto stond vol modderwater. Hij raadde me aan om te keren en als ik persé wilde kon ik het eventueel de volgende dag nog eens proberen.
GVD, GVD, vlak bij huis en toch weer helemaal terug? Maputo, ZA, Zimbabwe? Alles bijelkaar 2500 km? Ik wilde het nog niet zo gauw opgeven en wilde wachten tot het water ging zakken. Vlakbij, in Mapinhane, een stad bestaande uit een bezinepomp en drie huizen bleek een "hotel" te zijn en daar bleven we eerst maar eens overnachten. Je kunt je wel voorstellen hoe zo'n hotel in de bush er uitziet, geen stromend water, geen sterren, maar in plaats daarvan muggen, kakkerlakken en muffe, stinkende bedden.
Vanwege de overstromingen was Mapinhane tijdelijk een belangrijk busstation en er zaten en lagen tientallen mensen geduldig met hun geiten en kippen op vervoer naar de markt in Maxixe te wachten en we hebben het Afrikaanse plattelandsleven met volle teugen kunnen genieten.
Intussen arriveerden er 's avonds af en toe mensen uit het overstroomde gebied en na hun verhalen begon ik me toch wat zorgen te maken. Eén vrouw was 8 dagen onderweg geweest vanuit Beira en had hier en daar tot aan haar nek door het water moeten waden. Ik zag me al net als die vrouw vast zitten zonder eten, water, geld, diesel, met een baby van 1 jaar en werd steeds ongeruster. Ik nam een besluit: geen risico, niet proberen door het overstroomde gebied te rijden, maar de volgende dag terug naar Maputo. Vanwege de zorgen, de stank, de hitte en het gepraat de hele nacht van al die op de bus wachtende mensen hebben we geen oog dicht gedaan en zijn om zes uur opgestaan en vertrokken. Maar eerst nog een klein wondertje: de baas van het benzinestation die 's nachts thuis gekomen was wilde me wel honderd dollar wisselen! We konden tanken!  Ik denk niet dat we Maxixe anders gehaald hadden.

De 700 km naar Maputo gingen prima en ik vond dat we na die ellende wel een beetje luxe hadden verdiend in een hotel van $130 per nacht. Ik hoopte dat één nacht voldoende zou zijn, maar het werden er twee voordat we R.'s visum hadden. Een mooie stad Maputo, maar duur. Ze blinken nergens in uit de Mozambikanen, behalve in het afzetten van de mzungu's.

Woensdagochtend op stap naar ZA, nu was het alleen nog een kwestie van blik op oneindig en doorrijden. Dacht ik tenminste, maar na dertig km stonden we, nog steeds in Mozambique, alweer voor een ingestorte brug. Ik gaf het op, wilde terug naar Maputo en daar wachten op een vlucht naar Beira en de auto later maar een keer ophalen. Ik zag echter een paar mensen een zijweg inrijden en daar reed ik maar achteraan. Een erg stoffig en hobbelig weggetje, C. werd er niet goed van en kotste alles onder. Op een gegeven moment kwamen we aan een rivier waar je in drogere tijden via een stuw kon oversteken maar nu stond die een heel end onder water. De personenauto's in ons konvooi keerden om, maar een vrachtauto stak zonder veel problemen over. En wat een vrachtauto kan kan onze Nissan ook dacht ik, dus de 4x4 ingeschakeld en gas gegeven. Het lukte en na weer een hobbelig stuk weg en nog eens een litertje kots van C. kwamen we weer op de weg naar ZA.

Geluk bij een ongeluk: we kwamen langs het Krugerpark en ik kon de vergeten kleren ophalen. En behalve een lekke band in ZA, misselijk en diarree omdat ik iets verkeerds gegeten had, vervelende Zimbabwaanse douane die ons een uur lang niet binnen wilden laten, het verliezen van autodokumenten waardoor ik vreesde Mozambique niet meer in te komen (wat door een stalen gezicht van mij en stommigheid van de douanier de volgende dag toch lukte), enorme regenbuien, een bon voor te hard rijden, was het daarna gewoon een kwestie van geduldig kilometer na kilometer doordouwen voordat we zaterdagmiddag, een week te laat, weer in Beira aankwamen.
Alles bij elkaar hebben we 6240 km gereden, waarvan 2600 voor Jan met de korte achternaam. Dat is volgens mij op en neer van Amsterdam naar Barcelona.

Heerlijk om weer thuis te zijn. Ik durf niet uit te rekenen wat het allemaal gekost heeft.