dinsdag 24 april 2012

Leeuwloos in Ishasha


25 october 2008
Herfstvakantie, en dan moeten we wat verzinnen om Claudia te entertainen. Leeuwen maar dit keer. Ik heb er zelf honderden gezien, maar de dames zijn van mening dat ze een leeuwentekort hebben. Er zijn er niet zoveel in Oeganda, maar de plaats met de beste kans is Ishasha, de zuidelijke punt van het Queen Elizabeth Park. En ze zijn daar erg fotogeniek want ze klimmen in bomen.


Zo hadden we ze graag gezien, maar helaas: geen eigen foto

Wel ver weg, een hele dag rijden. En omdat ik onderweg in Lyantonde nog een bouwvergadering moest bijwonen, hebben we over de heenweg twee dagen gedaan. Tot Mbarara, zo'n 300 km, gaat het nog met de weg, maar daarna is het mis: modder en grote gaten waar hele vrachtwagens in verdwijnen. En na Rukungiri alleen nog maar stenige en modderige zandpaden waar je hoogstens 20 km/u op kunt hobbelen. Heuvel op en heuvel af, uur na uur. Mooie natuur en prachtige uitzichten, dat wel. En in de dorpjes als Nyakashuli en Kihihi stonden alle kinderen langs de weg te zwaaien. Je krijgt in Afrika al gauw het misplaatste gevoel dat je een heel populair of heel belangrijk persoon bent.
 
Maar goed, na vijf uur ploeteren kwamen we in het Wilderness Camp aan, gelegen in een bos aan de Ntungwe River. Mooi op tijd voor de lunch, en die mocht er zijn; fantastisch wat ze daar midden in de rimboe op een houtvuurtje klaar kunnen maken. Het Camp wordt gerund door Dave en Karen uit Zimbabwe met een vriendelijke staff die je bedient en verwent en je alle wensen van de lippen leest. De tenten hebben comfortabele bedden, warme douche, wastafel en voor nood, 's nachts, een chemisch toiletje.
  
Om een uur of 6 gaat het houtvuur aan en daar zitten de gasten dan omheen met een glas bier of een borrel in de hand en vertellen elkaar sterke verhalen over de avonturen van die dag. En als je gaat slapen word je door een security man naar je tent begeleid om je te beschermen tegen leeuwen, buffels of nijlpaarden die regelmatig 's nachts door het kamp wandelen.



kampvuur in de bush

Wat een rust 's nachts: je hoort alleen het kabbelen van de rivier, het kwetteren van de vogels en het krekelen van de krekels. Karen had de eerste nacht ook leeuwen horen brullen maar daar hebben wij doorheen geslapen. 's Morgens komt een vriendelijke bediende je wekken met koffie.
 
We hebben alles bij elkaar zo'n 10 uur door het park rondgereden en buffels, kobs, topi's, wrattenzwijnen, waterbokken en olifanten gezien. Maar ja, het ging dus allemaal om de leeuwen; en weet je hoeveel we er daar van gezien hebben: NUL!!! Het moet er krioelen van de leeuwen, iedereen zag ze, een Deens stel vond er twee net buiten het kamp, een BBC team dat daar was om een documentaire te maken zag er wel 15. Maar wij niet. Een keer dachten we slim te zijn; we zagen in de verte het BBC team aan het werk; dat moesten wel leeuwen zijn dus we hobbelden zo snel we konden dwars door de bush naar die plek toe. Maar wat waren ze aan het filmen? Een troep bavianen!!

Wie we wel gezien hebben: Stephen Fry, wereldberoemd acteur. In Engeland tenminste. Maar in het camp had, behalve ik, niemand van hem gehoord. Voor Claudia werd hij pas interessant toen ik vertelde dat hij met Mr Bean samen had gespeeld in Blackadder. Ze ging meteen naar hem toe en vroeg of ze met hem op de foto mocht. Dat mocht. Hij sprak een paar woorden Nederlands, waarschijnlijk opgestoken toen hij de hoofdrol speelde in de verfilming van "De Ontdekking van de Hemel" van Harry Mulish.




Claudia met de beroemde ster

Dal Fry had ik dinsdagavond op mijn bord, in het Agip Motel in Mbarara, en de volgende dag Stephen Fry in de wildernis. Hij is een echte verteller. Tijdens de lunches en dinners kon iedereen meegenieten van zijn verhalen over Hollywoodsterren, die hij vertelde met een diepe bronzen stem die bijna net zo ver de wildernis in droeg als het brullen van een leeuw.
 
Er dartelen duizenden Topi's en Kobs rond, een lopend leeuwenbuffet; dacht ik. Maar Kalab, de ranger die we gehuurd hadden om ons naar de leeuwen te brengen, legde het volgende uit: leeuwen moeten heel economisch met hun krachten omgaan. Ze hebben niet genoeg energie om twee keer per dag te jagen en hun prooi moet daarom groot genoeg zijn om de hele groep te voeden. 2 - 3 Leeuwen hebben genoeg aan een topi maar een groep van 5 leeuwen niet; daar moet een buffel op tafel komen. En die zijn sterk; en gevaarlijk. Wat dan weer meevalt voor de leeuwen is dat buffels slechte ogen hebben en dat ze er dicht naar toe kunnen sluipen voor ze er naar toe sprinten en hun tanden er in zetten.

Impala moederliefde
Kalab wist van alles te vertellen over allerlei dieren, maar een leeuw kon hij ons niet laten zien en daarom moesten we op vrijdagmorgen 24 october 2008 leeuwloos weer naar huis met twee zeer gefrustreerde dames.

Rangpur revisited 2007


5 januari 2008
 
Op zijn minst eens in de twee jaar naar de familie in Rangpur was een van onze huwelijkse voorwaarden en 16 december 2007 was het weer zover: koffers pakken en naar Bangladesh.
Reizen is afzien: wachten, vertragingen, controle's, in de rij staan, stil zitten, vechten met dringers en voorkruipers, ergeren op schoften met een pet op, afgezet worden, nachtrust missen, afgepeigerd aankomen en nog dagenlang uit je ritme zijn .....   mensen die zeggen dat reizen hun hobby is zullen wel wat anders bedoelen.
 
Van Entebbe via Addis Ababa naar Dubai en daar een uur te laat vertrokken natuurlijk want je kunt je nauwelijks een grotere chaos voorstellen dan wanneer je 300 Bangladeshi's een vliegtuig in moet drijven.
We reisden business class en hoefden niet tussen het ergste gajes in te zitten dit keer, maar ook de business class zat vol Very Irritant Persons en Very Dirty Persons: schrapers, rochelaars en spugers.
 
Maar goed, na een reis van 20 uur waren we weer in mijn tweede vaderland. Behoefte om de grond te kussen had ik niet. Ruby stond een uur later al op de tennisbaan met Eva, haar Tsjechische vriendin. Die hebben 5 jaar geleden samen tennissen geleerd en waren al snel een onverslaanbaar damesdubbel in de clubtoernooien van Dhaka.
Damesdubbel
De volgende dag naar Rangpur toe, een rit van 8 uur. We hadden voor de hele vakantie een busje gehuurd met chauffeur Kamal, een gluiperige schoft.
 
De rest van de familie Das zijn allemaal zachtaardige, eerlijke mensen en er zijn tussen de 150 miljoen inwoners van Bangladesh zeker nog een groot aantal nobele, integere, aardige mensen. Er is zelfs een winnaar bij van de nobelprijs voor de vrede: professor Yunus. Ik heb ook altijd wel een paar goede betrouwbare medewerkers gehad op mijn projecten, maar als je het mij vraagt is de meerderheid een miezerig, benepen volkje. Het zijn viezerikken, ze rochelen en schrapen en spugen de hele dag door, ze zijn ziekelijk nieuwsgierig, stiekem, afgunstig, achterbaks, gemeen, lomp, onbeschoft, onbetrouwbaar en corrupt. Ik heb een vriend en als die vroeger tegen zijn zoontje van 3 zei: "Evan, allemaal ........." dan vulde Evan aan: "boeven in Bangladesh". Zo ongeveer alle ministers van de twee vorige regeringen zitten intussen in de bak wegens corruptie en afpersing. De zoon van de vroegere ministerpresident is de grootste crimineel van het land. Het gaat ook hier alleen nog maar om geld. Kamal sloeg de spijker op zijn kop: de hoge heren liegen en stelen ook allemaal dus waarom ik niet?
 
Zo, dan is dat punt alvast afgehandeld.
 
Een hartelijk weerzien met de familie. De kinderen zijn het huis uit maar ze waren allemaal gekomen. Twee nichtjes en een neefje hebben we intussen, hun namen verzonnen door Claudia: Celia, Caroline en Casper, geen typische hindoe-namen volgens mij. Ze schijnt een voorkeur te hebben voor namen met een C. Het hondje dat ze na de vakantie gaat krijgen is alvast Coco gedoopt.
Vraag me niet waar ze allemaal geslapen hebben. Wij hadden ons eigen oude bed in het nieuwe appartement dat pappa Das nog snel bewoonbaar had gemaakt. 
De sisters
 
21 December gingen we een archeologische site in Bogra bekijken. Het was Eid ul Azha, moslim offerfeest, en overal langs de weg lagen bloederige stieren en bokken met doorgesneden keel. En een paar man met bijlen en hakmessen er omheen om er hapklare brokjes van te maken. Onze Nederlandse koeien zijn opgebouwd uit verschillende anatomisch/culinaire onderdelen: biefstukken, sudderlappen, sucadelappen, soepvlees en zo; de Bengaalse koeien bestaan alleen uit blokjes koe en na een paar uur hakken en snijden blijft van zo'n beest alleen een berg rood/wit bloederig vlees over.


Archeologische site Bogra

De kloosters, universiteiten en tempels in Bogra waren vele eeuwen oud en er was niet veel van over. Ze dateren uit de periode dat de streek nog Boedhistisch was; waren ze dat maar gebleven dan waren ze in elk geval wat blijer geweest. Islam is een sjagrijnige religie, je ziet zelden een blije muslim.
Minimannetje in Bogra (1.45m of zo)
Ruby ziet er lelijk en mager uit maar ze is getrouwd met een knappe rijke man. Dat vindt iedereen hier. Ze heeft haar zin gekregen met de bovenwoning en die is officieel op haar naam geregistreerd. We hebben dus een appartement in Rangpur: 120 m2, een zitkamer, een eetkamer, een keuken, twee slaapkamers, een badkamer, een opslagruimte, twee balkons, een groot dakterras en een plat dak. Geen idee wat we er aan hebben, misschien kunnen we er over 10 jaar, als Claudia het huis uit is, af en toe eens een tijdje wonen. En het is pas half af. Eén slaapkamer en de badkamer zijn klaar, maar stroom, water, muren, vloeren, plafonds, keuken, alles moet nog gedaan worden. Bouwen is hier nog goedkoop, tot nu toe heeft de hele bouw nog geen 2.000 euro gekost. Ik kreeg een offerte voor vloer- en wandtegels in de keuken + wasmachine aansluiting: 200 euro.
De groenteman

Wat deden we de hele dag? Niet veel. Eten, zitten, praten, lezen, TV kijken en af en toe wat boodschappen doen. De groente- en vismarkt is interessant, maar je komt met een auto nauwelijks de stad in vanwege de duizenden ricksja's waar je je doorheen moet vechten. En als je er al bent dan kun je je auto niet kwijt; elke vierkante centimeter van de binnenstad is bezet.
 
Rural Bangladesh

De buren
Kerstmis 2007. Een public holiday maar verder merk je er niets van. We hebben Lipi's schoonfamilie bezocht, een uur of twee rijden van Rangpur. Eerst een stuk over de Highway, zoals ze de hoofdweg naar Dinajpur een beetje overdreven noemen, dan hobbelen over een kraterlandschap dat vroeger een weg moet zijn geweest en verder over smalle zandweggetjes waar nog nooit een auto over gereden had. Heel langzaam, goed sturen, hier en daar even een koe aan de kant schuiven of een emmer met stront opzij zetten maar tenslotte kwamen we bij een bruggetje waar we niet overheen konden. De laatste 2 kilometer hebben we gelopen en toen kwamen we aan bij de bamboe hutjes waar Boloram's pa en oom met hun families in wonen. Een man of 20 schat ik, de koeien, geiten, eenden, kippen en duiven niet meegeteld. Aardige, gastvrije mensen. Ze eten rijst en groenten van eigen land, drinken melk van de eigen koeien en geiten, eten eieren van de eigen eenden en kippen en vangen af en toe wat vis uit de eigen fishpond. Wat ze zelf niet produceren kopen ze van de marskramers: wandelende kruideniers- en textielwinkels die alle hutten langs lopen met hun handel. Ze moeten alleen af en toe naar het dorp om hun mobieltje op te laden. Geen stroom, geen radio, geen TV, geen internet, geen krant, geen bank, geen hypotheek, geen belastingaangiftes, geen verzekeringen, geen rekeningen. Wat een simpel leven. Wat een rust. De ouderen leken me heel tevreden met dat leven, maar de zonen van een jaar of 18 zagen er uit alsof ze wel wat meer actie zouden willen zien.
Ze hadden wel een stenen huis willen bouwen, zeiden ze, maar kunnen geen bakstenen kopen omdat er geen vrachtauto bij hun huis kan komen.
Je gaat in Bangladesh nooit bij iemand op bezoek voor een kopje thee met een koekje; er moet altijd uitgebreid bij gegeten worden. Wij werden op de binnenplaats op een stoel neergezet en de familie ging aan het werk: vuur maken, water koken, kippen en duiven slachten, vissen vangen, groenten snijden, rijst koken en drie uur later zat het hoge bezoek aan de maaltijd. Het moet voor die mensen het hoogtepunt van het jaar zijn geweest.
 
Ruby's moeder heeft altijd een jong meisje als hulp in de huishouding. Het verhaal was altijd dat de ouders daarvan te arm zijn om het kind te voeden en te kleden en het tegen kost en inwoning afgeven. Ze leert dan de huishouding en kan met 13 - 14 worden uitgehuwelijkt. Zo'n beetje hetzelfde als onze Dora vroeger.
Shamoli met Casper
Kinderarbeid natuurlijk, maar bij de familie Das worden die meisjes goed behandeld, zijn deel van de familie, slapen samen met ma in bed, maar moeten wel hard en lang werken. Twee jaar geleden hadden ze Shamoli al, aangeleverd door Boloram. Een jaar of 12 was ze toen schat ik. Tegen de tijd dat Lipi ging bevallen nam zij Shamoli over, maar ze had haar nu mee naar haar moeder genomen om te helpen in het volle huis. Een leuk, vrolijk kind, altijd een lach op haar gezicht en van 's morgens vroeg tot 's avonds laat bezig in de keuken en met de was. Haar ouders wonen in de buurt van Boloram's familie en ze mocht mee; om haar ouders op te zoeken dacht ik, maar ze werd daar meteen aan het werk gezet en sjouwde de hele dag net zo hard als thuis. Om half vijf, toen we terug naar huis gingen, begon Shamoli te huilen; ze wilde niet naar Rangpur maar naar haar moeder want die had ze al vier maanden niet gezien. Maar Boloram kende geen pardon, pakte haar vast en sleepte haar mee naar de auto. Hij had wel de vader even gebeld en die stond bij een kruispunt in een dorp een paar kilometer verderop te wachten. We stopten, hij praatte even wat met Boloram en we reden weer door. Geen woord met zijn dochter.
Boloram sprak af dat ze over een paar dagen, als wij weer vertrokken waren, een week naar huis zou mogen, begreep ik later.
Shamoli was van streek en lag stil in de auto. Toen we bijna thuis waren werd ze misselijk en kotste de hele auto onder. Thuis moest ze die eerst zelf helemaal schoonmaken en daarna mocht ze naar bed.
Onder het eten vroeg ik Lipi of ze het meisje ook wat leerde. Als het straks wat minder druk was met de baby, zou ze haar weer naar school sturen, zei ze. En ik moest begrijpen dat Shamoli duur was; dat ze flink voor haar moesten betalen: een koe, een stuk grond en de dowry, de bruidsschat, als ze straks uitgehuwelijkt werd! En toen werd ik misselijk. Die vader heeft gewoon zijn dochter als slaaf verkocht toen ze 12 jaar oud was. Wat een miezerige klootzak.
 
Ze hebben intussen kabel TV in Rangpur en ik heb op BBC World het wereldnieuws kunnen volgen en op ESPN de sport, o.a. PSV - FC Utrecht. Indiase dans- en zingshows en soaps zijn favoriet bij de familie: flauwe, kinderlijke imitaties van de Amerikaanse TV. Het haar, de kleding, de brillen van de mannelijke sterren komen uit de 70-er jaren; hun flauwe humor uit de 50-er jaren. En alleen crêmekleurige types op het scherm, liefst met lichte ogen; bij die shows krijg je het idee dat India ergens in Noord Europa moet liggen.
 
29/12 terug naar Dhaka. Het Jamuna Bridge kamp in Bhuapur waar wij in 1997 woonden is nu een luxe holiday resort en we hebben daar Claudia haar eerste en tweede huis laten zien.


Ons 2de huis in Bhuapur
Bij aankomst in Dhaka chauffeur Kamal meteen omgeruild voor Assad, een wat geciviliseerder type.
Er was nou helemaal niemand meer in de Dutch club die wij nog kennen, behalve: Henriëtte en Bert uit Venlo!!! Kwamen Lisa uit Baarlo bezoeken en waren samen met haar in China geweest.
 
30/12: Nog maar eens wat boodschappen gedaan en onze oude vrienden Cathy en Bill Derringer bezocht. Die wonen hier al 20 jaar en hebben hun eigen huis een stukje buiten Dhaka. Gepensioneerde zakenmensen uit Colorado; multi-miljonairs denk ik, maar nu werken ze allebei voor de lol op de Amerikaanse school. Cathy was Claudia's kleuterjuf in 2002/03. Bill geeft economie. Cathy draagt altijd een sari of een salwar khameez. Ze vinden allebei Bangladesh het fijnste land en de Bangladeshi's de prettigste mensen van de hele wereld. Tsja....
 
De huidige militaire overgangsregering probeert Bangladesh te verlossen van corruptie en heeft de grootste boeven opgesloten, politici en zakenmensen. Maar volgens Bill heeft dat de economie van het land verlamd en het leven nog veel moeilijker gemaakt voor de gewone man: prijsstijgingen en hoge werkoosheid.

En op nieuwjaarsdag dus weer naar huis. Ergens onderweg een pracht van een voedselvergiftiging opgelopen en bij aankomst op vliegveld Entebbe bleek er, vanwege de rellen in Kenia, geen druppel benzine meer te krijgen in Oeganda. Ik was blij dat we een taxi konden krijgen die nog net genoeg in de tank had om ons thuis te brengen; @ 2.5 keer het normale tarief.
 
Thuis een drama: Maggie de kip was overleden: verdronken in het zwembad. Volgens tuinman Mozes tenminste, maar die probeerde ons ook wijs te maken dat de kippen geen enkel ei hadden gelegd in de twee weken dat wij weg waren geweest. Ik vermoed dat Maggie op kerstdag gepromoveerd is tot kalkoen en de hoofdgast was op het kerstdiner van de familie Mozes.
 
De volgende dag voor Claudia het beloofde hondje gekocht: Coco, een maltezer leeuwtje, zo groot als een kat. Komt tot de buiknavel van een kip. Een on-hond, een truttig pluizig mormelig wit wattebolletje, een barbie speeltje, een karakterloos allemansvriendje, een miauwertje, een in-huis-pissertje. Maar Claudia vindt hem lief.
 
Ik had 3 en 4 januari weer moeten werken maar heb die dagen vooral in bed liggend en naar de badkamer sprintend doorgebracht. Van binnen ergens een verkeerde verbinding: aan de achterkant spoot het er lichtgeel uit en aan de voorkant donkerbruin.
Het is nu 5 januari en het gaat alweer wat beter, dus maandag 7 januari is voor ons waarschijnlijk alles weer back to normal: naar kantoor, naar school en naar de tennisclub.




PS1: van die voedselvergiftiging heb ik bijna het hele jaar 2008 last gehad: moe en misselijk. Geen enkele dokter heeft kunnen achterhalen wat de oorzaak was. 


PS2: die Coco dat is toch wel een leuk hondje, met karakter, moet ik achteraf toegeven.

Zwaluwpoep aan Lake Nabugabo

April 2006

Claudia's ontbijt was chapati met zwaluwpoep. Geen viersterren resort dus, Sand Beach, waar wij de paasdagen hebben doorgebracht. Onze Prado was nog niet afgeleverd dus we bleven maar een beetje in de buurt met onze kleine, oude huurauto: Lake Nabugabo in de buurt van Masaka. 120 km, goede weg, dus dat kon eigenlijk niet meer dan twee uur rijden zijn. Dacht ik.

Claudia met één been op het noordelijk en het andere op het zuidelijk halfrond
 


En Ruby bovenop de evenaar

Na een dik uur passeer je de evenaar: een paar restaurants, souvenirwinkeltjes en een dikke gele streep over de weg. Voor 5000 shilling (5 gulden) laten ze je daar in een afwasteiltje met een gat het coriolis effect zien, waardoor water op het zuidelijk halfrond met de klok mee wegdraait, op het noordelijk halfrond tegen de klok in, en precies op de evenaar helemaal niet draait maar loodrecht naar beneden wegzakt. Dat is de theorie tenminste, maar ik ben er niet zeker van dat je niet genept wordt.

De coriolis show
Ik tel voor het gemak weer alles in guldens tegenwoordig: 1000 shilling is 1 oude piek; makkelijk tellen hier: benzine kost 1 euro per liter (2200 shilling) en diesel 1 US$ (1800 shilling).
 
Een mooie rit naar Masaka: groene heuvels, hier en daar een stuk regenwoud, papyrusmoerassen in de dalen, zwaaiende kindjes langs de weg. En verkeersongelukken: eerst een vrachtauto van de weg en een stuk verder een bus over de kop met bloederige passagiers in de berm. Ik heb 15 jaar geleden eens een EHBO diploma gehaald en had dus eigenlijk moeten stoppen, maar er waren al tientallen mensen met gewonden aan het sjouwen, dus we zijn maar doorgereden. Ik twijfel nog steeds of ik toch niet had moeten stoppen.
 
En een stuk voor Masaka stond een lange file omdat een paar op elkaar geknalde vrachtauto's de hele weg blokkeerden. En volgens de mensen die het vooraan gezien hadden zou hij die dag ook niet meer opengaan. Wat nu? Iemand wist een omleiding en daar reden we met z'n allen achteraan: een hobbelig smal weggetje heuvelop, steeds steiler en modderiger; slippen en glijden, als dat maar goed ging; als je weggleed kwam je er nooit meer weg. Op een gegeven moment liep de weg wat omlaag en daar lagen net voor ons drie matatu's (taxibusjes) als neergeschoten duiven in de berm, en toen vond ik het genoeg avontuur: geen zin om daar in de bush de paasdagen door te brengen met een pak biscuitjes en een fles water. Dus slippend achteruit tot ik ergens kon keren en terugglibberen naar de grote weg. Terug naar Kampala dan maar en thuis pasen vieren.
 
Maar na een paar kilometer zagen we een bord langs de weg met een pijl rechtsaf: Lake Nabugabo, world famous wetlands. Die stond niet op de kaart, dus dat kon niet veel zijn. Alleen een oud vrouwtje in de buurt om te vragen, maar of die ons snapte? Of die wist waar die weg heen ging en of die geschikt was voor ons autootje? Ze sprak geen Engels, ik gebruikte handen en voeten om naar het meer te vragen en op de weg te wijzen en op ons autootje. Ze zei niets maar gaf steeds een kort knikje, dus we waagden het er maar op en arriveerden een uur hobbelen later inderdaad bij Lake Nabugabo, vier-en-een-half uur nadat we thuis vertrokken waren.


De weg naar het meer
We hadden niets geboekt, er is altijd plaats zeiden ze in Kampala, maar het bungalowpark van de Church of Uganda was volgeboekt. Het volgende resort ook, maar Sand Beach had nog net 1 kamer. En waren we tien minuten later gekomen dan was die ook weg geweest.
 
Maar dan? Sand Beach is een grasveld aan het meer en je kunt kiezen tussen zwemmen en een bootje huren. Of wandelen, en dat hebben we het meeste gedaan: mooie grote bomen, veldjes met allerlei gewassen, koffiestruiken, hutjes, huisjes, koeien, geiten, varkens, apen, vogels, en overal vriendelijke mensen en zwaaiende kindjes. Veel kindjes overal, bij elk huis kropen er wel vijf rond. Geen electriciteit in de bush, om zeven uur is het donker, geen TV, geen kroeg, geen bioscoop, dus wat doe je om de avond door te komen?
Ruby met vriendin
Bij een vriendelijk vrouwtje hebben we even stilgestaan en gesmiled, maar praten lukte niet, in de bush leren ze geen Engels. Bij onze wandeling op paasdag overal paasbest geklede kinderen op weg naar de kerk.
De kamer op Sand Beach kost 12 euro per nacht: klein maar schoon en een badkamer met een warme douche. Maar weinig variatie op het menu: frites met vis of frites met kip. En 's morgens eieren met chapati (een soort pannekoek). En maandagochtend had daar bij Claudia een zwaluw op gescheten. Een beetje stront op het eten, daar doen we in de natuur niet lullig over: gewoon het stukje met de poep er uitgesneden en doorgegeten.
We zitten hier dan wel ongeveer op de evenaar, en de zon staat 's middags recht boven onze kop, maar het kan toch behoorlijk fris zijn als het bewolkt is. Ik heb elke ochtend een trui aangehad met een fleecejack erover.
Vooral de eerste ochtend, op paasdag, was het fris. Er kwam een spectaculaire onweersbui opzetten boven het meer, met kolkende, dreigende wolken en vreemde rechte lijnen. Maar een uur later was de bui voorbij en kwam de zon er weer door en toen werd het snel weer heet en kon Claudia het water in. Lake Nabugabo is "bilharzia free" zeggen de advertenties van de omringende campings en guesthouses, maar volgens onze huisarts dokter Stockley betekent "free" in dit geval "free of charge".


Zwemmen in het meer: bilharzia free (of charge)

Onweer boven het meer
Tweede paasdag zijn we om een uur of tien vertrokken, maar ik was graag nog een dag gebleven, want ze waren er een grandioze party aan het voorbereiden. Overal werd gekookt en gegrilld, gesjouwd met kratten bier en grote luidsprekers want bij feesten hoort keiharde swingmuziek. En als ze iets goed kunnen in Afrika dan is het feesten, en dat had ik graag nog eens meegemaakt.
Maar helaas, we moesten terug naar Kampala: school en werken. En feesten komen er nog genoeg. 

Rome, deel I


Het begon goed op Schiphol. We hadden KLM tickets maar stonden niet op de passagierslijst. En de vlucht zat vol. Verwarring, terug naar huis? Reisbureau niet te bereiken. Probeer het maar eens bij Alitalia, zeiden ze. Daar mochten we wel mee en om half acht stonden we op Fiumicino. En een uur en 40 € verder stonden we met onze koffers bij de Trevi fontein. Smalle straatjes, krioelend van toeristen, de taxi kon er niet door en de laatste paar honderd meter moesten we ons te voet met de bagage door de massa heen wringen en zelf ons hotel maar zoeken.
Gekrioel bij de Trevi fontein
Claudia had honger en wij dorst. Even inchecken en dan eerst maar eens een terrasje zoeken voor wat eten en een grote, koude pils. SCHRIK: een pilsje kost 8 €!!!! Wauw ..... wereldrecord! Een cola 5,50! Dat wordt een dure week.
 
Alles is een beetje klein en nauw in het hotel. Voor ons ging het wel, maar de gemiddelde toerist weegt tegenwoordig minstens 120 kilo en heeft een kont van een meter doorsnee en dan is het allemaal krap.
In de lift passen vier slanke Italiaantjes, maar voor de standaardgast is het een éénkontslift. De ontbijtkamer is op de vijfde verdieping. De lift gaat tot de vierde. Één verdieping moet die kont dan nog omhoog getakeld worden over een smal, steil wenteltrapje. Dat valt niet mee voor mum.
 
De ontbijtzaal is een kleine kamer met plaats voor vier tafels. Maar er staan er 20. Spannend spektakel elke morgen hoe die gevaartes steeds rakelings langs kannen en kopjes en borden door op en neer naar het buffet manoevreren.
 
En Rome? Indrukwekkend. Het oude centrum is één museum: prachtige gebouwen, pleinen, kerken.
Heet, dat wel. Een graad of 30 denk ik en een brandende zon. We doen alles te voet. Claudia is niet enthousiast, maar doet toch braaf mee.
Zomaar ergens
En wel het allerlaatste wat ik hier verwacht had: het stikt van de Bangladeshi's!!! Illegalen. Irritante types, weten niet wat "nee" betekent en blijven op een botte manier proberen je zonnebrillen, petjes, foto's, bloemen, kitsch, speelgoed aan te smeren. Als er een politieauto in de buurt komt pakken ze hun handel snel in en rennen hard weg. We hebben met een van die jongens, Mahfuz Ahmed, eens gepraat. Hij kwam uit Feni en had een organisatie €10.000 betaald voor een job in Italie. Een goedbetaalde job dacht hij, maar nu moet hij elke dag toeristen lastig vallen met kitsch om in leven te blijven. Drie jaar was hij al niet meer thuis geweest. Zijn familie, die dat geld bijeen heeft gebracht, verwacht elke maand geld van hem. Af en toe worden ze door de politie gearresteerd en een paar dagen vastgezet, maar dan weer vrijgelaten. Niet uitgezet. Daar moet de maffia achterzitten. Tragisch verhaal; sinds ik dat gehoord heb, heb ik medelijden met die jongens.
Wat doet die duif? Heilige maagd bevruchten of alleen onderschijten?
Toeristen komen van over de hele wereld: zéér zelfverzekerde Amerikanen, zeer bedeesde Japanners en alles wat daar tussenin zit.

 
De Romeinen zijn precies zoals je kunt verwachten: elegante manieren, praten-praten-praten, drukke gebaren, stijlvol gekleed, gekapt en gemanicuurd, en modieuze ensambles van zonnebril, tas en schoenen. Ze rijden in heel kleine autootjes (Fiat 500, Smart) of op heel grote scooters.
Twee mini's
Een mooi beeld op de Via Condotti, de modestraat: twee elegante Japanse modepopjes met daarachteraan een zwoegende, zwetende Japanse man met in elke hand minstens vijf plastic tassen van Prada, Gucci, Luis Vuitton en zo. Minstens €20.000 schat ik want het simpelste accessoire kost al gauw €1.000 in die winkels.

Fashion 
Wordt vervolgd (als me tenminste nog wat invalt) 

maandag 23 april 2012

Nepal: tempels en bergen

November 2003

Er was eens een land, ver hier vandaan ......., zo moet dit verhaal eigenlijk beginnen, want Nepal is een sprookje. Tempels, paleizen, bergen, meren, schilderachtige landschappen, interessante mensen en ook nog hier en daar de hippiesfeer van de 60-er jaren. Er lopen nog steeds harige types rond met een "far out" blik in de ogen en spiegeltjes en kraaltjes en wierook en hashpijpjes. "Kathmandu" van Cat Stevens zit al een paar dagen in mijn kop en ik krijg het er niet meer uit.

Vanuit Dhaka is het maar een dik uur en we vlogen vóór langs Mount Everest en een serie andere joekels die daar netjes voor ons op een rijtje stonden, bijna op onze onze vlieghoogte van 10 kilometer.
Alles heel relaxed op het vliegveld, wat een verschil met de chaos en stress en mensenmassa's als je in Dhaka aankomt. De hotelauto die ons kwam afhalen moet de oudste nog levende VW Golf op aarde zijn. En in elk geval de gammelste. Hij moest aangeduwd worden, alles rammelde, bonkte en schuurde. Tegen alle natuurwetten in bereikten we er toch ons hotel in Thamel mee. Dat is de toeristenwijk, een wirwar van straatjes met hotels & restaurants & bars & massagesalons & winkeltjes met alles wat de Nepali's hun bezoekers aan proberen te smeren: kleding, tapijten, kunst, antiek, sieraden, souvenirs, trekkingspullen, T-shirts en nog veel meer. En alles voor een habbekrats. Een North Face fleecejack waar je in NL minstens 60 euro voor betaalt kost er hier 6.


Straat in Thamel
De volgende ochtend een auto gehuurd en tempels en stupa’s bezocht: eerst de Pashupatinath, de 2-de heiligste hindu tempel op aarde waar die dag een festival aan de gang was met tienduizenden biddende en bloemen, rijst en muntjes rondstrooiende gelovigen. De tempel zelf was verboden voor niet-hindu's, maar buiten was het ook volop feest. Langs de heilige Bagwamathi rivier werden lijken verbrand op houtstapels en de overblijvende as werd de plomp ingeveegd terwijl de gelovigen zich 20 meter verderop baadden en dompelden in het heilige (maar erg vervuilde) water. Een langharige oranje guru met kraaltjes en bloemen om zijn nek drukte ons prevelend een rode stip op het voorhoofd (ondertussen zijn andere hand ophoudend voor bakshish). Indrukwekkend allemaal. Veel foto's gemaakt. Dat kleine digitale cameraatje is handig, valt ook niet zo op als zo'n spiegel-reflexkanon. De mensen hebben vaak niet eens in de gaten dat ze geknipt worden. Tien jaar geleden liep ik rond met een koffer met camera, lenzen, flitser, filters en nu heb ik een dingetje van nog geen 200 gram in mijn borstzak.
De Pashupatinath
De volgende halte was de Boudhanath stupa met een heel andere sfeer: ingetogen en relaxed en overal vriendelijk glimlachende kale boedhistische monniken in rode gewaden. Sprak mij wat meer aan dan het carnaval van de hindutempel. De toeristen maken foto's en de locals lopen rondom de stupa en draaien de gebedsmolens rond. In een apart tempeltje met gebedsmolens van twee meter doorsnee zaten in een hoekje twee mini-monnikjes, lilliputters van nog geen meter hoog, te bedelen en waanzinnig te giechelen. Claudia werd bang en rende weg.


De Boedanath Stupa
Punt drie op het programma was weer een stupa, de Swayambhunath, de "monkey temple", boven op een heuvel buiten de stad. Weer tempels en beelden en klokken en monniken en overal vlooiende, vechtende en schijtende apen.


De Swayambhunath, niet voor niets "monkey temple"


Terug naar de stad en daar hebben we ons af laten zetten op Durbar Square, het eeuwenoude centrum vol tempels, paleizen en beelden. Ook alweer prachtig, maar het was allemaal een beetje te veel moois voor één dag. Overkill, dat kunnen je grijze cellen niet verwerken. 






En dan heb ik het nog niet over de mensen gehad. Hindu's en Boedhisten, een mengsel variërend van Indiase tot Tibettaanse types en alles wat daar tussen zit, tientallen verschillende stammen. Op het eerste gezicht hebben de eersten wel wat van de Bengalen weg, maar daardoor valt het des te sterker op dat het vriendelijke, beschaafde mensen zijn met een zelfbewuste blik in de ogen. Een trots volk met karakter, een heel verschil met dat benepen, stiekeme, kleinburgerlijke gedoe in Bangladesh. Zal wel met de religie te maken hebben plus met het feit dat er maar 4 miljoen van wonen in een land zo groot als Bangladesh, waar er 130 miljoen rondkrioelen. Prachtige vrouwen ook, je wordt minstens 25 keer per dag verliefd op die mooie ogen. Al zitten ze een geit te melken of staan ze te dorsen op het veld, hun houding en de blik in de ogen hebben wat nobels.

Ron en Rita zijn een dikke twintig jaar geleden in Nepal geweest en ik kan me van de brieven herinneren dat dat het hoogtepunt van hun Azië-reis was. Voor de rest van de familie kan ik het ook eens aanbevelen. Ik weet niet wat de vlucht kost, maar verblijf is spotgoedkoop: ons redelijk luxueus hotel in Kathmandu kost 22 dollar per nacht met z'n driëen en een maaltijd in een restaurant kost hoogstens 2 - 3 dollar.
Ik schrijf dit op 24/11/03 op het vliegveld terwijl we op onze vertraagde vlucht naar Pokhara zitten te wachten. Een Amerikaanse jongen wacht al 24 uur. Hadden we de bus maar genomen.

Een paar uur verder: we zijn toch aangekomen na een drie uur vertraagde vlucht met 4 personen in een 16-persoons twin otter, de Amerikaan en wij. De vlucht was mooi, met de bergen in de verte en het schilderachtige heuvellandschap dat onder ons doorschoof. Dat ken ik nog van 10 jaar geleden toen ik er te voet doorheen gewandeld ben.
Pokhara had ik me heel anders voorgesteld. Ik verwachtte koud hooggebergte maar het ligt op maar 800 meter en is warmer dan Kathmandu. Voor niks jassen, fleecejacks, mutsen, dassen, wollen sokken en handschoenen aangeschaft. Het liefste zou ik hier een trek van twee - drie weken om de Annapurna heen doen, maar zondag 1/12 moeten we alweer naar huis. Een andere keer. Wie gaat er mee?

25/11: toen ik het gordijn openschoof keek ik de Annapurna en de heilige Machhapuchre (met een schitterende driehoekige top) recht in het gezicht. Een mooi plaatje tussen de palmen en bougainvillea's van de hoteltuin door. De Machhapuchre is heilig en mag niet beklommen worden. Hij lijkt wat op de Matterhorn, maar dan in het groot (7.000 m. hoog).



De heilige Machhapuchre


We gaan straks rustig beginnen met een wandeling van twee uur naar een Stupa bovenop een heuvel. Als ik die twee luie varkens tenminste uit bed kan krijgen.
's Avonds: terug van de tocht. Aan het begin al direct de waterval gemist die we hadden moeten tegenkomen en even later compleet verdwaald, maar gered door een meisje van 14 dat ons vanaf het erf van haar vader's boerderij naar de stupa leidde, de "tempel of world peace". Een tocht van twee uur steil bergop door de jungle met een zeurende Claudia. Mooi uitzicht maar de stupa viel tegen. Een beetje kitschig, pas een paar jaar oud. In een restaurantje voor 70 cent geluncht en toen aan de andere kant van de berg over een smal pad omlaag gehobbeld richting meer. Die kant van de heuvel was bewoond, pittoreske boerderijtjes (als je er langs wandelt tenminste en er zelf niet in hoeft te wonen) en ergens halverwege een pilsje gedronken in het "Gurung Highway Hotel" met kamers voor 300 rupees = euro 3.50/dag en een uitzicht van wel 1000 euro over het meer en de besneeuwde bergen op de achtergrond. Een Japanner was daar al 3 maanden mediterend op zoek naar zijn eigen ik. Als ik alleen was zou ik daar ook graag een paar dagen één willen zijn met de natuur.
De twee dames zijn kapot, ik denk dat ik ze morgen niet meer meekrijg. Niet te voet tenminste.

's Avonds op bevel van Claudia weer in hetzelfde restaurant gegeten als gisteren, vanwege de live Nepalese muziek en dans. Het eten is matig, evenals de muziek, maar Claudia kan haar ogen niet van de dansers afhouden. En ik stiekem ook niet van de ranke figuurtjes en de engelengezichtjes van de danseressen. Maar de ster van de show is een soort Michael Jackson met spleetogen, een supertalent, die jongen verdient een Hollywoodcontract.

De Nepalese Michael Jackson

Voor morgen hebben we een compromis gesloten: we laten ons door een taxi in Sarangkot afzetten en lopen dan bergaf terug naar huis.

26/11, 17:30: een dag geweest om nooit te vergeten, langzaam vanuit Sarangkot de berg afgetreuzeld door de jungle, tussen boerderijtjes en terrasveldjes door en steeds weer adembenemende uitzichten. De steile hellingen zijn met bos begroeid, maar als het even kan leggen ze terrassen aan en verbouwen er millet en bouwen mooie okerkleurige boerderijtjes. Steeds meer strodaken worden vervangen door lelijke golfplaten; de vooruitgang hou je niet tegen. Het pad is erg steil, ik ben blij dat we alleen maar afdalen. We komen regelmatig groepjes bontgeklede vrouwen tegen die op slippers en met volle manden op hun rug naar boven klimmen. Flinke meiden, m'n petje af. Ze zijn erg vriendelijk en lachen, maar voor een foto willen ze betaald worden en daar heb ik geen zin in.
We hadden pech met de bewolking die weer voor de bergen hing, maar we hebben een poster gekocht van het uitzicht dat we gemist hebben.
De taxichauffeur die ons naar Sarangkot bracht vertelde dat de Hollanders naar Nepal komen om te wandelen want daar hebben ze in hun eigen land geen ruimte voor en het regent er altijd.

De weg omlaag naar Pokhara

Wat heeft God alles toch oneerlijk verdeeld. Wat zouden wij gelukkig zijn met een paar van hun heuvels, en hadden we maar één van hun tempels. En in Nepal hebben ze alles. Behalve minimumloon, AOW, WAO, WW, ziekenfonds, goed onderwijs en nog een paar afkortingen die voor ons vanzelfsprekend zijn en waarvoor de meeste Nepali's al hun moois graag zouden inleveren denk ik. Vanmiddag hebben we een half uur op een boerderijtje uitgerust, wat sinaasappels gekocht en met de boer van pakweg 25 zitten praten. Een paradijsje had hij: een mooie vrouw, een leuk zoontje, een opa en oma, een koe en een geit op stal, groente en fruit in de tuin en hennep voor opa en een grandioos uitzicht over het meer. Maar hij vertrok binnenkort weer voor twee jaar naar Dubai om als autospuiter geld te verdienen voor de school van zijn zoontje en de kinderen van zijn zus.

Vanuit Sarangkot vliegen ze met paragliders omlaag en voor 75 dollar kun je als passagier mee. Moet wel mooi zijn maar 75 dollar is afzetterij. Ruby en Claudia durven trouwens niet.

27/11: weer een prachtige ochtend. Ik zit in de tuin aan het ontbijt. De dames slapen nog. De bergen zijn weer te zien, maar niet zo mooi als op de poster.
21:00: een tamelijk luie dag gehad, wat souvenirs gekocht, een boottochtje op het meer gemaakt en met Claudia halverwege omhoog naar de Stupa geklommen om die lieve hond nog een keer te aaien die we daar eergisteren al waren tegengekomen. Onderweg werden we ingehaald door twee dragers die met 50 kg kunstmest op hun rug onderweg waren naar boven! Schriele mannetjes, maar topsporters!
En 's avonds weer naar de dansvoorstelling geweest. Heb ik hier nog wat te vertellen?

De lieve hond

October-november is het hoogtepunt van het toeristenseizoen, maar de hotels, restaurants, trekkingbureaus en de rest van de toeristenindustrie doen slechte zaken. Vanwege de berichten over de oorlog zijn veel mensen weggebleven. Ten onrechte, in de steden merk je niks van de rebellen en op trekkings vragen ze je hoogstens beleefd om een bijdrage van 10 dollar. Het enige wat je in de steden van de oorlog merkt zijn de legerpatrouilles op straat en de zandzakken + mitrailleurs voor alle openbare gebouwen.

28/11: weer een fantastische dag. Onbewolkt, perfecte temperatuur, heerlijke zuivere lucht met af en toe een vleugje bloemengeur. Vandaag gaan we fietsen huren en een stuk langs het meer fietsen.

Het meer. Pokhara aan de overkant

Ruby was na twee minuten al uitgefietst wegens zwabberbenen. Ik ben met Claudia achterop doorgereden, langs het meer op. Een paar kilometer nog asfaltweg en daarna hobbelen en stoten op een stoffige keienweg. We zijn doorgehobbeld tot onze konten teveel pijn gingen doen en hebben toen in het "Maya Devi Village" geluncht en een tijd met een Belgische zitten praten. Zij was eigenlijk op doorreis naar Tibet, maar vond Nepal zó prachtig (en Tibet zó duur) dat ze er al drie maanden was blijven hangen. Kan er makkelijk af, de "village" is een paradijsje, door een Fransman gebouwd en ge-rund, met mooie ronde, okerkleurige bungalows in een bloementuin direct aan het meer en de duurste lodge met badkamer kost 250 rupees = nog geen 3 euro per nacht.
Bungalow in Maya Devi Village
's Avonds alweer naar dezelfde dansvoorstelling waar we inmiddels VIP-gasten zijn.

Als je een wat simpeler hotel neemt dan wij en niet de hele dag T-shirts en petten en truien en sierraden en souvenirs koopt en boten huurt, dan kun je hier heel luxe leven van 10 dollar/euro per dag.

29/11: in afwachting van onze vlucht naar Kathmandu nog even aan het meer gezeten en aan de praat geraakt met een jongen die tussen twee culturen bekneld was geraakt. Arme ouders en via USAID financieel geadopteerd door een Amerikaanse vrouw. Daardoor kunnen studeren en het niveau van zijn ouders ontgroeid. Hij was nu onderwijzer en was onlangs zonder zijn medeweten uitgehuwelijkt, maar weigerde met zijn vrouw samen te wonen want hij wilde zijn leven in dienst stellen van de wetenschap. In december gaat hij zijn peetmoeder in de USA (Pensylvania) opzoeken en hij hoopt daar te kunnen blijven en verder te studeren. Hij was er tijdens zijn studie ook achtergekomen dat wetenschap en religie niet met elkaar in overeenstemming te brengen zijn en was atheïst geworden. Dan plaats je jezelf helemaal buiten de gemeenschap in dit gedeelte van de wereld, ik hoop dat het hem lukt om in de USA te blijven.

30/11: bij aankomst in Thamel waren wegens een feest de straten afgezet en kon de taxi niet bij het hotel komen. Ik heb een heel end kunnen sjouwen met onze koffer die intussen loodzwaar is van alle prullen die we ons hebben aangeschaft. We zitten in het Tibet Guesthouse dit keer, veel beter en goedkoper dan het eerste hotel. Het straatfeest was ongeveer afgelopen toen wij aankwamen. Het enige wat wij er nog van meegekregen hebben was de herrie op straat: keiharde techno muziek en honderden jongeren, westerlingen en Nepalezen die er op stonden te dansen of stil stonden te genieten. Ik word nu echt oud. Heeft deze monotone computerherrie nog iets te maken met muziek? Met kunst? Met creëren? Cultuur? Met het uitdrukken van je gevoelens in geluiden en teksten?
Als dit is wat de jeud tegenwoordig voelt dan houd ik mijn hart vast voor onze beschaving.

Als je met iemand een praatje wilt maken is een hond of een kind het beste contactmiddel. Gegarandeerd dat er wel iemand je hond aait of je kind aanspreekt. Gisteren op het vliegveld eerst vier Groningse vrienden, sportieve types die een trekking van drie weken hadden gemaakt en even later een Oostenrijkse die alleen op vakantie was en zich eenzaam voelde. 's Avonds hebben we met haar gegeten en ze heeft haar hele hart uitgestort. Aanhankelijk type, vandaag wil ze met ons mee naar Patan.
Een oude vrijster van 52 jaar (ik schatte haar 40-45), fysiotherapeute, net haar praktijk verkocht, geld zat en alleen over de wereld aan het reizen. Ging over een paar dagen toch even terug naar huis omdat ze haar hond en kat zo miste. We zijn uitgenodigd in Salzburg.

30 November, onze laatste volle dag, hebben we eerst een Tibettaanse Thanka gekocht, zo'n met een heel fijn penseeltje geschilderde religieuze voorstellling, ingeraamd in een brokaatdoek. Daarna in een riksja op zoek geweest naar een kleermaker en verdwaald in het eeuwenoude gedeelte van de stad. De kleermaker hebben we niet gevonden, maar wel een doolhof van nauwe straatjes met prachtige half vervallen middeleeuwse huizen en om de zoveel meter een tempel, stupa of een beeld van een of andere god.
's Middags naar Patan geweest, een oud stadje ten zuiden van Kathmandu, met een nog veel mooiere Durbar Square. Daar hebben we eindelijk onze Budha gekocht en de Tibettaanse tempelgongen die ik al jaren wil hebben.




En als laatste een Tibettaans vluchtelingenkamp bezocht en gekeken hoe de vrouwen daar yakwol spinnen, doeken weven en tapijten knopen. En nadat die vrouwen je zo vriendelijk rond hebben geleid en alles hebben laten zien beland je tenslotte in de showroom en kom je er met goed fatsoen niet onderuit om ook wat te kopen: twee mooie tapijtjes, onze duurste investering deze reis, $106 en $37. Maar wel van yakwol, oerdegelijke kwaliteit, die dingen verslijt ik in mijn leven niet meer. En Claudia misschien ook wel niet.

1/12, 21:30. En nu zit ik weer in Dhaka achter de computer en moet morgen weer aan het werk.